jrvanderkolk Actieknop

Sunte Mart'n

Terwijl ik op vrijdagmiddag de laatste lessen van de week kreeg, haalden mannen van de gemeente rondom mijn lagere school wat straatklinkers of stoeptegels weg en zetten er dan een groene platte paal neer met bovenin een gat waardoor later een dik touw moest. Voor ons kinderen kon dat allemaal niet snel genoeg gaan, want zo gauw de school uitging, wilden we allemaal paaltjesspringen, bokspringen. Niets leuker dan deze voorpret. Je kon allang uitkijken naar jaarmarkt Sunte Mart’n. Je had vrij. Dat moest ook wel, want het schoolplein grensde aan de markt. Het zou onmogelijk zijn om school binnen te gaan met schone kleren en schoeisel, want echt overal lag stront.
Op de maandag al heel vroeg riep mijn vader mijn broer Henk en mij uit bed en dan gauw in het donker naar het dorp. Halverwege zag je de veewagens. De koeien maakten de meest gekke capriolen om eruit te gaan. Daarna werden ze te koop gezet bij het naambordje van o.a. handelaar Kool. Tegen een uur of acht even naar huis om je wat te warmen bij de kolenkachel.

Denk ik aan Sunte Mart’n in mijn lagere schooltijd, dan denk ik aan kou. Maar klopt dat wel, of is dat mijn gevoelstemperatuur uit een grijs verleden? De winters zorgden toen immers altijd wel voor bloemen op de ruiten en je had ook zo’n kriebelende wollen borstrok over je hemd en onder je warme trui aan. Ik dook ’s in de weerstatistieken en ontdekte dat in die jaren Sunte Mart’n een gemiddelde temperatuur had van 3,5 graden. Kijk ik naar eenzelfde aantal jaren de afgelopen jaren dan is dat 10,4. Het klopt dus. Dan zal het vast die 15e november 1965 zijn geweest die ik me nog als erg koud herinner. Zoals altijd ging ik ’s morgens heel vroeg. Mijn vader fietste dan naar zijn werk in Rijssen en ik ging samen met mijn broer Henk naar de markt. Het was nog donker. Maar tegen 8 uur, toen het licht begon te worden, gingen we al weer naar huis om ons te warmen bij de kolenkachel en daarna weer terug, winterjas aan, ijsmuts op (zo’n klassieke gebreide Ard en Keessie schaatsmuts), gebreide wollen das om, handschoenen aan, wanten, en met dikke wollen gebreide sokken in onze laarzen weer terug naar de koeienmarkt. De volgende dag stond in de krant: "Het was bitter koud tijdens de traditionele Sint Maartensmarkt”. Die dag, de 101ste Sint Maartensmarkt, was de gemiddelde temperatuur - 4,1 graden! "Maar desondanks was de aanvoer goed”, stond erbij. Die aanvoer bestond dat jaar uit 998 koeien, 247 biggen en 3 schapen. "De handel was traag”, zo werd er nog bij vermeld.

De extreme kou deerde je dus niet. Je slenterde toch de hele tijd en dan bleef je vaak wel warm. Met je laarzen aan lopen tussen de honderden koeien en de stront door. In de loop van de morgen zag je steeds meer vriendjes uit de klas. Slenteren door de stront achter de koeien, dan weer voor en dan weer tussen de koeien. Bij het Anker stonden paarden en veulens, maar ook trekkers en landbouwmachines. Voor de varkens en biggen liep je naar café Beukers bij het station. Op het pleintje daar liepen ze knorrend rond in het stro. De hele ochtend slenterde je door het dorp. Voor zover dat lukte, want o o wat was het druk! Hoewel je als kind je er nog een keer doorheen kon dringen, werd je dat bij de tientallen kraampjes haast onmogelijk gemaakt. Geen wonder dat je weleens je vriendjes uit het oog verloor. Maar gelukkig was er de witte kiosk van Gait Klaas. Een gemakkelijk af te spreken punt zo pal tegenover ons schoolplein. Ik moet hier een bekentenis doen: ik heb gerookt. Bij de blinde Gait Klaas kon je losse sigaretten kopen voor enkele centen. Wat was het stoer om op deze dag een sigaretje te kopen en er even een paar trekjes van te nemen. Ik kreeg gelukkig de smaak niet te pakken. Wat ook veel indruk maakte, was het handjeklap. De prijzen kon je nauwelijks verstaan. Geen wonder, want de handelaren in hun stofjassen hadden een dikke Hofnar sigaar tussen de lippen. Was de deal gesloten, dan kwamen de flappen geld. Ik kon er lang naar kijken. Of het nu wel of niet een goede dag was voor de boeren en de handelaren, naar het café gingen ze sowieso. Een jonge klare dronken ze graag bij Vloedbelt, Bartje of bij marktcafé Het Anker, waar ook de marktcommissie zat. Vermakelijk was die gekke straatmuzikant uit Almelo, Van Laar. Deze clowneske accordeonist in witte overall met een trom en belletjes liep hink stappend op de melodie van zijn muziek over de markt. Je kon amper verstaan wat hij zong. Was hij daarvoor net als die boeren al niet een paar keer in het café geweest? Het werd er alleen maar leuker op voor ons kinderen.
De drukte nam na het middaguur af. De handelaren leidden hun koeien langzamerhand weer naar hun veewagens. Dan zag je dat het vee met grote tegenzin de wagens inging. Er was nogal wat voor nodig om de eigenzinnigheid van de koeien te bedwingen. Eén trok de koe aan het touw omhoog, de ander draaide een krul in de staart en gaf een paar flinke tikken op het achterste, maar dan nog had mevrouw koe er geen zin in. Uiteindelijk moest ze al haar verzet staken en werd ze keurig naast haar vriendinnen vastgezet in de wagen met de hele smalle raampjes waar ze met een beetje geluk net doorheen kon kijken en frisse lucht kreeg. Vaak bleven hier en daar kleine groepjes koeien staan. Wachten tot ook zij worden opgehaald. Als al het vee weg was, zag je wat een viezigheid achterbleef. Wat een bende stront en natte stro bleven er ’s middags achter op de straten! Fietsers slalomden om de koeienvlaaien en keken daarbij extra goed uit om niet te vallen in de plassen gier.
Terwijl hier en daar nog wat koeien vastgebonden stonden te wachten tot ook zij werden opgehaald, klaarden mannen van de gemeente
en aanwonenden de jaarlijkse schoonmaakklus met veel bezems, veegmachines én water. Zo zag ik hoe een inventieve
Marktstraatbewoner een tuinslang vastmaakte aan zijn bezem en de straat voor zijn huis schoonveegde. De volgende dag moesten de
paaltjes nog uit de straat worden gehaald en de gaten gevuld en beklinkerd. Dan wist je dat Sunte Mart’n echt voorbij was en je er weer
een jaar op moest wachten.

Gelukkig heb ik de foto's nog.

Later, toen ik naar de middelbare school ging en dus geen vrij had, probeerde ik toch wat tijd te vinden om Sunte Mart’n te bezoeken. Ik schoot vele kiekjes en een super 8 filmpje.
Sinds de mkz-crisis (2001) worden er geen koeien, varkens en jong vee meer verhandeld. Vanwege nieuwe regelgeving zijn dat nu alleen nog paarden en pony's.
Ik vond het een grote eer en hartstikke leuk toen ik in 2014 gevraagd werd om fotomateriaal af te staan voor het 150-jarig bestaan. De foto’s verschenen in een boekje en op een verjaardagskalender. Maar het leukste vond ik dat die foto’s werden geprint op grote spandoeken. Bijzonder is hoe bezoekers nu wijzen naar die foto’s en zich ook herinneren hoe het was.
Sunte Mart’n is niet meer zoals vroeger. Wel goed dat het stichtingsbestuur de traditie met allerlei bezoekwaardige activiteiten in ere houdt, zoals natuurlijk de uitgebreide warenmarkt, kermis, knuffelhoek, wedstrijd koe schetsen voor de jeugd, lampionnenoptocht en Jennechiesmarkt. Op de de Jennechiesmarkt kochten vroeger jonge, vrijgezelle jongens en meisjes een lot. 's Avonds zochten zij dan naar een partner met hetzelfde lot. Zo ontstonden er 'paartjes'.
Moge Sunte Mart’n nog lang blijven. Succes! Ook al zijn de koeien op een handvol na verdwenen, blijf naar Wierden komen die eerste maandag in november en vier Sunte Mart’n 2.0 mee.