jrvanderkolk Actieknop

Charlotte van Pallandt

Jarenlang ging ik zomaar voorbij aan het ‘Liggend naakt’. Totdat dit beeld ineens verdween naar de gemeentewerf. Ik wilde het terug. En zo geschiedde. Nu ligt het op één van de mooiste plekken in Den Ham. Maar voor het hier kwam, deed ik diepgravend en onthullend onderzoek in meerdere archieven naar de boeiende geschiedenis van dit kunstwerk van ‘de grande dame van de Nederlandse beeldhouwkunst’, Charlotte van Pallandt.

Een reconstructie.

Charlotte van Pallandt

Truus

Het eerste thema dat Charlotte van Pallandt in haar monumentale beelden behandelde, was een liggende figuur met een typisch ‘Van Pallandt houding’: een vrouwelijk figuur ligt op haar half naar achteren gekantelde rechterzij, haar bovenlichaam richt zich op, steunend op de rechterhoek van haar gebogen rechterarm, het rechterbeen en de voeten treffen elkaar en de kop kijkt uit de tamelijk ingewikkelde lichaamsknoop weg. Van achteren is het beeld een stuk eenvoudiger: de opgetrokken linkerknie, de schuins oplopende en tevens kantelende rug en de kop daar weer schuin op.
Vanaf 1951 maakte Charlotte van Pallandt een reeks kleine beeldjes in gips, brons of bruin marmer naar het model Truus Trompert op de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. “Iedere stand die zij aanneemt, is meteen een beeld”, zei ze al tekenend over haar.
Truus Trompert: "Poseren is hard werken. Vaak moet het model om de vijf minuten van stand veranderen, doch minstens zo vermoeiend is het 10 of 20 minuten één bepaalde stand vol te houden. Het is niet alleen het volhouden. Je moet ook de klas steeds opnieuw weten te boeien met nieuwe standen. Je moet aldoor een bron van inspiratie zijn. De standen zijn voor een beeldhouwer heel anders dan voor een schilder."
Truus verdiende overdag f 1,70 tot f 2,50 per uur, 's avonds iets meer.

Van tekenaar tot beeldhouwer

Charlotte van Pallandt nam in 1926 in Parijs les van de ‘kubist van het eerste uur, Gauguin-bewonderaar en Rubenskopieerder’ André Lhote. Gedurende dit intense studiejaar op de Académie-Lhote tekende Charlotte van Pallandt een 'Liggend naakt'. Haar latere tekeningen en schetsen hoorden in de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw tot de meest gewaardeerde beeldhouwerstekeningen. Zo werd Charlotte van Pallandt een ‘portrettiste van internationale allure’.
De architectuur van ‘het liggend naakt’ is die van de school van Charles Malfray (1887-1940) op de Académie Ranson in Parijs, waar Charlotte van Pallandt in 1935 wekelijks les kreeg. Malfray leerde haar het beeldhouwen. Charlotte zei dat ze “alles” aan haar ontmoeting met Malfray te danken heeft.

Monumentaal

Eind vijftigerjaren begon Charlotte van Pallandt met een reeks stenen beelden in ‘monumentale’ stijl. Het werden beelden voor buiten en dus monumentaal, maar ook monumentaal vanwege hun formaat. Deze monumentale beelden leidden uiteindelijk tot haar grootste beeld, het hardstenen monument ‘Wilhelmina’, Koningin Wilhelmina als een onverzettelijke vrouw. In 1987 werden twee bronzen exemplaren van dit beeld gemaakt. Een als Wilhelminamonument tegenover paleis Noordeinde in Den Haag. De andere is in bezit van De Fundatie in Zwolle, waar zich ook het gipsmodel bevindt.

Van tekening naar steen, gips en brons

In 1959 maakte Charlotte van Pallandt een studietekening van een liggende naakte vrouwenfiguur. En tekenen kon ze. Haar tekeningen worden gerekend tot de meest gewaardeerde beeldhouwerstekeningen. In 1963 hakte ze deze figuur uit kalkzandsteen. Het werd nog in datzelfde jaar onder catalogusnummer 79 tentoon gesteld in het toenmalige Gemeentemuseum Arnhem tijdens de tentoonstelling 'Beeldhouwkunst 1813-1963'.
De gemeente Bloemendaal kocht in 1964 deze liggende vrouw. Op advies van de beeldhouwers Mari Andriessen (Haarlem, 1897-1979) en Nic Jonk (Schermerhorn 1928-Grootschermer 1994) werd het stenen beeld in 1964 door de gemeente Bloemendaal aangekocht voor 6800 gulden. Tot op de dag van vandaag kreeg het een prominente plek in het Wethouder Laanplantsoen in Aerdenhout.

Van tekening naar steen, gips en brons

Van deze gehakte versie werd in 1963 ook een gipsmodel gemaakt. Bronsgieter Ben Joosten vertelt nu: “Zeker in die tijd was het not-done en niet gebruikelijk voor beeldhouwers om van een gehakt beeld een gipsmodel te maken en zo het beeld te reproduceren. Dat was een te gemakkelijke manier. Dat werd niet gewaardeerd in de kunstenaarswereld. Vrijwel altijd werd voor een bronzen beeld een geboetseerd model gebruikt. Dit gipsmodel moet dus al gemaakt zijn toen de gehakte versie nog in haar atelier in Noordwijk stond.”
Joosten goot er in 1965 een bronzen beeld van. Dit bronzen 'Liggend naakt' is enkele malen te bewonderen geweest: tijdens een expositie in Sonsbeek (Oosterbeek/Arnhem, 1966) en in De Keukenhof (Lisse, april 1968).
Het gipsmodel werd geëxposeerd in het Gemeentemuseum in Den Haag (september-november 1968) en in De Reehorst in Ede (december 1975).

J.A. baron De Smeth (zoon van Charlotte's zus) had nog nooit gehoord dat er van een gehakt beeld een gipsmodel werd gemaakt. Logischer vond hij dat van een gipsmodel een beeld werd gehakt. Dat gebeurde namelijk heel veel. Clara de Vos van Steenwijk barones Van Pallandt (dochter van Charlotte’s broer) bevestigde dat het gipsmodel waarschijnlijk gemaakt is voordat het gehakt is in steen. Zo maakte Charlotte van Pallandt ook eerst een gipsen beeld van vorstin Wilhelmina waarna ze dit model gebruikte voor het stenen beeld.
Op 20 oktober 1964 krijgt Ben Joosten van Charlotte van Pallandt opdracht om het "groot beeld liggend" (ordernummer 800) in brons te gieten in zijn bronsgieterij in Soest voor de aanneemsom van 4000 gulden. Het is daarna enkele malen te bewonderen tijdens een expositie in Sonsbeek (Oosterbeek/Arnhem, 1966) en in De Keukenhof (Lisse, april 1968).
Het gipsmodel werd geëxposeerd in het Gemeentemuseum in Den Haag (september-november 1968) en in De Reehorst in Ede (december 1975).

Opvallend is dat in de monografie en tevens volledig geïllustreerde oevre-catalogus ‘Charlotte van Pallandt, Beelden en tekeningen’ van Lambert Telgenbosch ('dé Van Pallandt-kenner bij uitstek') en Marian Koekkoek wel het gehakte beeld vermeld staat, maar niet het gipsen en/of het bronzen beeld. Koekoek: “Charlotte heeft ons er niet meer over verteld dan datgene wat we vermeld hebben.” Barones Clara van Pallandt: “Het kan best zijn dat zij het trieste verhaal van een slecht gegoten brons niet aan Tegenbosch verteld heeft. Ik weet dat zij doorgaans streng was op de kwaliteit van haar bronzen en dat zij in het verleden verschillende gieters dan ook niet meer wou gebruiken. Uiteindelijk werden haar bronzen alleen aan de gieters Binder, Smit en Maaskant toevertrouwd.”

Van diverse kleine liggende naakten werden meerdere bronzen gemaakt in o.a. 1966 en 1967. Hoewel het aantal gietsels officieel moest worden bijgehouden, vertelde bronsgieter Maarten Smit mij dat hij er later nog wel ’s wat bij moest maken. Charlotte van Pallandt hield dat dan weer niet zo precies bij. Zij wilde dat zoveel mogelijk mensen van haar kunst genieten zouden.

Bij de foto’s hieronder:

Liggend naakt, muschelkalksteen | Aerdenhout & Liggend naakt, brons | Den Ham

Na
Voor
Voor Na

Van Heino naar Den Ham

Bij akte van schenking door de St. De van der Schuerenfonds, c.q. Culturele Raad voor Overijssel, ontving de nieuw opgerichte St. Beeldenroute Overijssel (met o.a. bestuurslid dhr. Hannema) op 18 december 1968 vijf beeldhouwwerken, waaronder bronsplastiek (79 x 130) voorstellend een liggend naakt van Charlotte van Pallandt, aankoop in 1968, waarde 9 duizend euro. In afwachting van een mogelijke koper werd het tijdelijk opgeslagen, maar niet geëxposeerd, bij kasteel Het Nijenhuis (nu: Fundatie in Heino).

Ter verfraaiing van het op 9 oktober 1970 nieuw geopende gemeentehuis aan de Brinkstraat 3 in Den Ham kocht de gemeente Den Ham op initiatief van burgemeester A. van Walsum en in kader van een subsidieregeling op 8 september 1970 voor 15 duizend gulden van de St. Beeldenroute Overijssel een ‘liggend vrouwenfiguur’ (‘liggend vrouwelijk naakt’). Op 8 oktober 1970 vertrok voor een verzekeringswaarde van 20 duizend gulden “een bronzen naakte dame” per auto van Heino naar Den Ham.

Hammer gemeentesecretaris H. Konijnenberg schreef later dat dit beeld als een “verworven monumentale en achter het gebouw opgestelde ‘Beeld van een liggende vrouw’ werd neergevlijd achter het gemeentelijke bestuurscentrum”. Helaas gebeurde dat toen op een sokkel van enkele bielzen.

Doel van de St. Beeldenroute Overijssel was “om de beeldhouwkunst in al zijn uitingsvormen en stijlen onder de aandacht van de mensen te brengen door beelden te plaatsen op die plaatsen, waar ze het best tot hun recht komen. Niet slechts op geijkte plaatsen, zoals plantsoenen”. ‘Liggend naakt’ werd gelijk opgenomen in de eerste Beeldenroute Overijssel.

Op een bielzen sokkel

Hammer gemeentesecretaris H. Konijnenberg schreef later dat dit beeld als een “verworven monumentale en achter het gebouw opgestelde ‘Beeld van een liggende vrouw’ werd neergevlijd achter het gemeentelijke bestuurscentrum”. Helaas gebeurde dat toen op een sokkel van enkele bielzen.

Op een bielzen sokkel

Restauratie

In 1977 constateerde de gemeente Den Ham grote schade.
De firma Joosten uit Soest, dé vaste bronsgieter van Charlotte van Pallandt, had het beeld in brons gegoten, maar tijdens het gietproces waren blijkbaar de pinnen (ankers) te heet geworden waardoor het brons is gaan inzakken. De wand werd op die plekken dun en daardoor ontstonden er later gaten met roestvorming.

Nog in hetzelfde jaar 1977 herstelde de beeldhouwer Jannie Brugman - De Vries uit Bornerbroek het beeld. Zij vulde de gaten op met plastic en polyester. Beeldenroute Overijssel vermeldde in latere beschrijvingen dat het beeld van ‘kunststof’ was gemaakt…

Op 6 november 1977 schreef secretaris A.C.A.W. Baron Van der Feltz (Kasteel Het Nijenhuis) namens de St. Beeldenroute Overijssel dat een bezoek is gebracht aan de ‘liggende vrouwenfiguur’: “Ons is gebleken dat een beschadiging in het brons zit dat naar ons oordeel vakkundig zal moeten worden behandeld. In verband hiermee schreven wij de beeldhouwster Charlotte van Pallandt om een advies. Zodra er bericht van haar is binnen gekomen, zullen wij u hierover inlichten.”
Op 27 januari 1978 antwoordt burgemeester Van Walsum: “Wij delen u mede dat in onze opdracht de beschadiging in het brons reeds door mevr. J. Brugman-De Vries was gerepareerd voordat wij uw schrijven ontvingen. Er vanuit gaande, dat de gemeente als eigenaresse van het beeld daarvoor ook de zorg heeft, hebben wij, niet bekend met mogelijke andere usances terzake, de genoemde kunstenares verzocht de beschadiging te herstellen.”

Opnieuw gegoten

Kinderen uit de buurt speelden graag op en rondom het beeld. Ondeugende Hammer jongeren legden wel ’s een bosje rode rozen in Truus’ kruis, maar zij werden ook verantwoordelijk gehouden voor het omver gooien tijdens de jaarwisseling 1985/1986. Truus lag op haar rug. Toen constateerde de gemeente nog veel meer schade dan in 1977. Deze was niet veroorzaakt door de jongeren. De gemeente had blijkbaar in 1970 een beeld gekocht van slechte makelij!

Adjunct directeur Gemeente Werken Harm Scheper: “Het was om te huilen, zo verrot was het beeld van binnen.” Met de Culturele Raad werd overlegd of reparatie mogelijk was.

In 1986 deden Van Pallandts bronsgieter R.A. Maaskant uit Brummen en stafmedewerker Beeldende Kunsten van de Culturele Raad Overijssel dhr. P.G. Boeschoten onderzoek in overleg met voormalig directeur A.A. Maaskant van ’t Oversticht . Zij concludeerden al gauw dat het beeld niet meer te repareren was. “De reparatie is slecht uitgevoerd. Populair gezegd: uitstel van executie. Het bronzen beeld is als het ware overtrokken met een kunststoflaag die nota bene ook nog een patine heeft meegekregen om brons te suggereren. Het is evident dat de kunststoflaag verhardt en t.z.t. gaat breken. Nu kan het zijn dat mevrouw Brugman in overleg met de gemeente tot deze vorm van restauratie heeft besloten. Correspondentie daarover bestaat niet. Dat zij het beeld in slechte staat heeft aangetroffen staat vast.”

Tijdens een bezoek van Maaskant en Boeschoten op 22 mei 1986 concludeerden beiden: “Er is sprake van een misgietsel. Met andere woorden: een bijzonder slecht gegoten bronzen beeld. Het beeld is nauwelijks aan de binnenkant afgewerkt. Overal zitten gaten en zijn zwakke plekken ontstaan door roestvorming en kernstukken die niet verwijderd zijn. Het beeld bevindt zich aldus in een bijzonder slechte staat en zal in de komende jaren steeds slechter worden. Na verloop van tijd zal de huidige kunststoflaag overal breken en moet voor het voortbestaan van het beeld worden gevreesd. Wij hebben aanvankelijk de mogelijkheid onderzocht tot een gedeeltelijk herstel, n.l. het te ontdoen van de polyester laag en trachten de gaten te dichten. Maar het feit dat al eerder werd gekozen voor een polyster laag is al indicatief, in de betekenis dat het hele beeld in een slechte staat verkeert. Een enkel gat of zwakke plek is te herstellen, maar in principe zal een nieuw gegoten beeld onontkoombaar zijn.”

Gerhard Boeschoten schreef op 23 april 1987 aan adjunct directeur Gemeente Werken Harm Scheper dat hij via een bevriend beeldhouwster vernam dat Charlotte van Pallandt de contacten met bronsgieter Joosten had verbroken. “De reden laat ik maar in het midden.”
Daarop werd contact gezocht met bronsgieter Maarten Smit in Brummen, die nu voor Charlotte van Pallandt werkte. Smit kwam 25 april 1987 in Den Ham kijken naar het beeld.

Voor het nieuw te gieten beeld moest wel het indertijd vervaardigde gipsmodel beschikbaar zijn.

Bronsgieter Maaskant ging niet gelijk over tot actie richting Charlotte van Pallandt. Er ontstond enige vertraging. Bronsgieter Maarten Smit werd bereid gevonden van advies te dienen. Vaak stonden veel gipsmodellen te verkommeren in de tuin van Charlotte van Pallandt. Gelukkig lag in haar tuin ook nog het originele gipsmodel van het liggend naakt. Smit overlegde met Van Pallandt in hoeverre dit model nog gebruikt kon worden bij een nieuw gietsel.

De Culturele Raad Overijssel bekeek nu ook in Aerdenhout de gehakte versie van het beeld: “Al was het alleen maar om naar de sokkel te kijken. Want ook over de bielzen sokkel in Den Ham zijn wij, evenals mevrouw Van Pallandt, niet erg te spreken.”

Toen kwam sponsoring door derden in beeld. Tijdens een vergadering in november 1987 van de Industriekring Vroomshoop Den Ham Vroomshoop lanceerde burgemeester Van Overbeeke het idee van sponsoring bij voorzitter H. Ph. H. Haverkort. Directeur M.R. Schalij van de Culturele Raad Overijssel verzocht 18 januari 1988 Industrie Kring Vroomshoop en Omgeving om financiële ondersteuning. Naast de artistieke kwaliteit benoemde Schalij nog een argument: “Het beeld markeert in het werk van Charlotte van Pallandt een belangrijke periode. Het bezit voor Overijssel nog een extra bijzondere betekenis: het beeld van Den Ham mag beschouwd worden als het eerste overtuigende begin van haar reeks monumentale beelden die met het beeld van koningin Wilhelmina wordt afgesloten. Het beeld in Den Ham is geen verbeelding van iemand en niet puur een ding, al heeft het van beide iets. Het motief betekent Charlotte van Pallandts permanente geboeidheid door zowel de menselijke figuur als de zuiver plastische vorm daarvan. Dit figuurbeeld ontleent in de allereerste plaats haar kracht aan de plastische volumes, die de individualiteit uitschakelt. Het is een prachtig evenwicht tussen de plastische constructie van het beeld en het gevoel van de menselijke figuur. In de reeks monumentale beelden past ook het beeld van koningin Wilhelmina dat onlangs in Den Haag is onthuld. Het beeld in Den Ham krijgt daardoor extra betekenis omdat een afgietsel van het Wilhelmina-beeld ook in Overijssel (Heino) staat. In haar werk aldus concentreert Charlotte van Pallandt zich op vorm en volume. Het oeuvre is niet groot, maar de beelden die haar kritisch oog goedkeurt om in brons gegoten te worden, kenmerken zich door een kwaliteit, die aansluit bij de grote klassieke traditie van de Europese beeldhouwkunst. Een herkenning van haar belang was haar expositie uit 1981 in het belangrijkste museum dat we in Nederland kennen als het om 20e eeuwse kunst gaat, het Stedelijk Museum Amsterdam.”

Samenvattend concludeerden de onderzoekers dat het beeld er “beestachtig” uitziet. “Zo erg zelfs dat de samenstellers van de folder van de Beeldenroute Overijssel het materiaal van het beeld abusievelijk aanduiden met kunststof, terwijl het brons is.” En: “Er zijn circa 10 gaten te onderscheiden. Het beeld is overal opgevuld met dubieuze materialen en het is overgeverfd. Het behoeft geen nader betoog dat wij de artistieke kwaliteit en de kunsthistorische waarde van het beeld voor de gemeente en voor Overijssel van uitzonderlijk belang achten. Wij adviseren u dringend het beeld overeenkomstig onze advisering te ‘herstellen’.”

Bronsgieter Maarten Smit wilde het beeld opnieuw gieten. Charlotte van Pallandt (“lief mens”, M.S.) ging akkoord en wilde zelf graag helpen met het gieten c.q. het corrigeren. De kosten bedroegen 16.000 gulden incl. BTW, all in. Ook de ‘sokkel’ moest vervangen worden door een echte sokkel van blauwe hardsteen. Deze kosten werden geraamd op 1500 gulden. Maaskant en Boeschoten stelden voor een sokkel te laten leveren door de gerenommeerde steenhouwer, de fa. Beernink te Hattem/Zwolle.

In een raadsvoorstel vroeg het college van B & W op 26 mei 1987 “mogelijkheden om gelden (FL 17.500) vrij te maken, zo mogelijk voor 1988”. Verder pleitte het college ervoor om het beeld “op een meer openbare plaats te geven, opdat meer mensen het kunnen aanschouwen (al dan niet bewonderend).”

Om de kosten te betalen werd op 8 september 1987 via de Provincie Overijssel subsidie aangevraagd. “De Culturele Raad Overijssel is met de gemeente Den Ham van mening dat de artistieke kwaliteit en de kunsthistorische waarde van het beeld voor de gemeente en voor Overijssel van uitzonderlijk belang zijn. Wij zagen een zo belangrijk beeld niet graag voor Overijssel en de gemeente verloren gaan. De financiële positie van de gemeente is echter van dien aard dat het behoud van het beeld, middels het opnieuw gieten ervan, zonder financiële ondersteuning van provinciale zijde niet mogelijk is.”

Hoewel de Culturele Raad Overijssel bij monde van dhr. P.G. Boeschoten positief adviseerde, reageerden Gedeputeerde Staten negatief met als argument dat het om “herstelwerkzaamheden” betrof. Boeschoten: “Onze door vele deskundigen ondersteunende argumentatie dat het om een zeer waardevol beeld ging voor Overijssel, kon het college van G.S. niet overtuigen.”

Toen kwam sponsoring door derden in beeld. Tijdens een vergadering in november 1987 van de Industriekring Vroomshoop Den Ham Vroomshoop lanceerde burgemeester Van Overbeeke het idee van sponsoring bij voorzitter H. Ph. H. Haverkort. Directeur M.R. Schalij van de Culturele Raad Overijssel verzocht 18 januari 1988 Industrie Kring Vroomshoop en Omgeving om financiële ondersteuning. Naast de artistieke kwaliteit benoemde Schalij nog een argument: “Het beeld markeert in het werk van Charlotte van Pallandt een belangrijke periode. Het bezit voor Overijssel nog een extra bijzondere betekenis: het beeld van Den Ham mag beschouwd worden als het eerste overtuigende begin van haar reeks monumentale beelden die met het beeld van koningin Wilhelmina wordt afgesloten. Het beeld in Den Ham is geen verbeelding van iemand en niet puur een ding, al heeft het van beide iets. Het motief betekent Charlotte van Pallandts permanente geboeidheid door zowel de menselijke figuur als de zuiver plastische vorm daarvan. Dit figuurbeeld ontleent in de allereerste plaats haar kracht aan de plastische volumes, die de individualiteit uitschakelt. Het is een prachtig evenwicht tussen de plastische constructie van het beeld en het gevoel van de menselijke figuur. In de reeks monumentale beelden past ook het beeld van koningin Wilhelmina dat onlangs in Den Haag is onthuld. Het beeld in Den Ham krijgt daardoor extra betekenis omdat een afgietsel van het Wilhelmina-beeld ook in Overijssel (Heino) staat. In haar werk aldus concentreert Charlotte van Pallandt zich op vorm en volume. Het oeuvre is niet groot, maar de beelden die haar kritisch oog goedkeurt om in brons gegoten te worden, kenmerken zich door een kwaliteit, die aansluit bij de grote klassieke traditie van de Europese beeldhouwkunst. Een herkenning van haar belang was haar expositie uit 1981 in het belangrijkste museum dat we in Nederland kennen als het om 20e eeuwse kunst gaat, het Stedelijk Museum Amsterdam.”

Ook Schalij bepleitte een andere locatie voor het beeld, “een prominente plek in Den Ham”.

Schalij noemde Janny Brugman-De Vries “een onvoldoend geschoold professioneel beeldhouwster”.

Diezelfde maand nog liet IKVO weten de ‘restauratie’ te willen sponsoren. De gemeente was bereid 2.000 gulden beschikbaar te stellen.
Op 19 april 1988 schreef IKVO onder haar leden actie te hebben gevoerd om te komen tot ‘rehabilitatie’ van het beeld. Er werd 11.500 gulden toegezegd.
Het Olga Heldringfonds (c.q. Fundatie Van den Santheuvel, Sobbe in Amsterdam) draagt via de Culturele Raad Overijssel 4.500 gulden bij. Daarmee was “eerherstel” mogelijk geworden. Uit contacten met Charlotte van Pallandt bleek dat ook voor haar gold: hoe eerder hoe beter.

Op 1 juli 1988 gaf de gemeente Den Ham bronsgieter Maarten Smit in Brummen opdracht om het beeld uiterlijk voor 1 april 1989 opnieuw uit brons te gieten. “Het bestaande beeld dient daarna te worden vernietigd.” Smit moest een verklaring ondertekenen dat dat ook zou gebeuren. De opbrengst van het brons van dit eerste beeld werd in mindering gebracht van het tweede beeld.
Op 13 juli 1988 schreef kunstgieterij ‘Rhienderen’ aan de Voorsterweg 81-83 in Brummen dat het vervaardigen duizend gulden duurder uitvalt, 16.000 dus. De gemeente werd verzocht voor de aanvang van de werkzaamheden 5.000 gulden over te maken, bij het gieten van het beeld in brons 6.000 gulden en 5.000 gulden bij aflevering.
Het patineren van het beeld gebeurde door Maarten Smit in overleg met Charlotte van Pallandt.

“De dame uit Den Ham is even weg”, kopte weekblad De Koerier op 20 juli 1988. “Een lege, kale plek is alles wat er rest. De sokkel staat er verlaten bij. Het grasveld heeft opeens zijn allure verloren. De dame: het beeld van brons, dat niet juist was gegoten. De dame vertoeft nu in Brummen, waar ze nog één keer wordt gegoten. Volgend voorjaar zal ze naar verwachting weer het grasveld opsieren.”

Op 7 december 1988 schreef Maarten Smit aan de gemeente Den Ham dat de werkzaamheden aan het beeld ‘liggend naakt’ zijn begonnen.
In een gesprek tussen de heren Boeschoten en gemeentelijk ambtenaar A. Huiskamp wordt op 9 februari 1989 afgesproken dat de patine donkergroen wordt en “de huid wordt gladder dan het was”.

Niet iedereen schatte het beeld op haar waarde. GPV fractievoorzitter Henk Veurink sprak er zijn afkeuren over uit: “Dit beeld moet achter ons gemeentehuis op het gazon. Desnoods onder een rododendron”. Die opmerking leverde hem in de Hammer raadzaal een daverend gelach op, maar dat deerde hem allerminst. Een prominente plaats van het beeld voor het gemeentehuis was voor hem een en andermaal niet acceptabel. Wellicht had Veurink meer moeite met het woord ‘naakt’ dan met een mogelijk aanstootgevend beeld. Ook RPF fractievoorzitter Gerrit Reuvers toonde zich een voorstander van een plek achter het gemeentehuis. “Ik denk dat u bij doorgang van deze plannen veel mensen in onze gemeente kwetst”, was zijn reactie richting college van B & W.

Ondertussen werd druk nagedacht over een mogelijke onthulling van het nieuwe bronzen beeld. Dhr. Boeschoten opperde het idee om koningin Beatrix te vragen. Dit idee was zo gek nog niet. Beatrix had als prinses immers les gehad van Charlotte van Pallandt. Het college van B & W stuurde H.M. Koningin Beatrix op 21 juli 1988 een brief: “Mede naar aanleiding van het feit dat mevrouw Van Pallandt over niet al te lange tijd negentig jaar hoopt te worden vragen wij ons af of het tot de mogelijkheden behoort dat u, of een ander lid van het Koninklijk Huis het beeld onthult. Lettend op de grote mate van betrokkenheid van de locale gemeenschap bij het Koningshuis, de jaarlijkse Oranjefeesten en het feit dat het hier een beeld van de dan 90-jarige mevrouw Van Pallandt betreft hopen wij dat u ons verzoek in welwillende overweging wilt nemen. Eén en ander zal tevens in meer dan één opzicht een positieve impuls inhouden voor de locale gemeenschap.” Opvallend in deze brief was dat gesproken wordt over ‘een liggend figuur’. Op 15 augustus 1988 reageerde de algemeen secretaris R.H. Loudon namens de Dienst van het Koninklijk Huis. De Koningin had “met belangstelling” kennis genomen van de inhoud van de brief. Echter: “Ik moet u tot mijn spijt teleurstellen. Aan een selectieve benadering van binnengekomen soortgelijke verzoeken valt niet te ontkomen Dit heeft geresulteerd in de overweging dat er onvoldoende aanleiding bestaat om positief gevolg te geven aan uw verzoek. Deze afwijzende reactie betekent geenszins gebrek aan belangstelling voor de gezamenlijke actie van de gemeente Den Ham, de plaatselijke Industriekring en de Culturele Raad Overijssel. Integendeel, het initiatief wordt geprezen waarbij de hoop wordt uitgesproken dat u op een andere passende wijze luister weet bij te zetten aan de onthulling van dit beeld.”

Toen de eerste aanbetaling aan bronsgieter Smit in december 1988 werd gedaan, werd in februari 1989 nagedacht over wie dan wel het beeld zou kunnen onthullen. Voorgesteld werd WVC minister Brinkman, ex-voorzitter H.J. Vierssen van de Raad voor de Kunst of zijn opvolger J. de Ruiter, de cultuurspecialisten van CDA, PvdA en VVD of een tv-persoonlijkheid.

Op 12 april 1988 bekeek dhr. Boeschoten het intussen afgegoten beeld in Brummen. Daags erna had hij een “vruchtbaar” gesprek met Charlotte van Pallandt in Noordwijk. Tijdens dit onderhoud vertelde Van Pallandt in principe bereid te zijn de onthulling bij te wonen. Boeschoten: “Gelet op haar hoge leeftijd adviseer ik dhr. H. Haverkort (IKVO) te laten polsen of hij haar met de Renault Espace - een confortabel vervoermiddel voor een lange rit, een taxi lijkt mij minder geschikt - kan halen en brengen.”

Charlotte van Pallandt ging akkoord met een expositie van een aantal tekeningen en klein plastiek. Dit kon via haar belangenbehartiger L. Telgenbosch geregeld worden.

Sokkel

“Het gesprek met Steenhouwerij Beernink verliep minder voorspoedig”, zei Boeschoten. De prijzen waren sinds mei 1986 sterk gestegen. De sokkel kostte geen 1500, maar 2850 excl. BTW. Op 18 mei 1989 verstrekte de gemeente Den Ham opdracht voor het vervaardigen van een sokkel, kleur dolomiet (groen) voor een bedrag van 2000 gulden incl. BTW.

Op donderdag 15 juni 1989 wordt het beeld in Den Ham afgeleverd.

Onthulling

Op 16 mei nodigde burgemeester H. van Overbeeke gedeputeerde cultuur J. Dijkstra uit voor de onthulling op vrijdag 16 juni 1989 om ongeveer 15.00 uur. Over de ‘liggende figuur’ schreef het gemeentebestuur en de Industriekring Den Ham - Vroomshoop in de uitnodiging: “Het beeld markeert in het werk van mevrouw Charlotte van Pallandt een belangrijke periode en mag beschouwd worden als het eerste overtuigende begin van haar reeks monumentale beelden welke periode wordt afgesloten met het beeld van Koningin Wilhelmina. Daarom wordt de artistieke kwaliteit en de kunsthistorische waarde van het beeld voor de gemeente en voor Overijssel van uitzonderlijk belang geacht.”

Onthulling

Charlotte kon er niet bij zijn.

Daags voor de onthulling door gedeputeerde J. Dijkstra las het college van B & W in een brief dat de provincie Overijssel toch 2500 euro toezegde in de kosten van het restaureren van het kunstwerk ‘liggend naakt’. “De subsidie wordt toegekend als blijk van waardering voor de door u terzake ondernomen initiatieven. Wij zijn van mening dat het behoud van het betreffende werk van mevrouw Van Pallandt van belang is voor zowel de gemeente Den Ham als de provincie Overijssel.” Aan het eind van zijn toespraak deelde de gedeputeerde dit bij de onthulling ook mee aan de gemeente en de genodigden.

In zijn speech sprak Dijkstra van een ‘liggende figuur’. “Zeker in een tijd die zich kenmerkt door een herwaardering van de figuratieve kunst, mag een beeld van de ‘grande dame’ van deze kunststroming, Charlotte van Pallandt, niet ontbreken in de Overijssels beeldenroute. In een tijd, en ik denk dan met name aan de jaren zestig en zeventig, waar het abstracte beeld steeds meer terrein won, heeft Charlotte van Pallandt de zichtbare werkelijkheid niet uit het oog willen verliezen als voedingsbodem voor haar vertolkingen van de natuur. Het is haar kracht dat zij in staat is vrijelijk op de thema’s in de natuur te variëren blijft. Zij streeft niet aan een eenvoudige kopie van haar model, zo liet zij een keer in het tijdschrift Kunstbeeld schrijven, om de constructie, de compositie en de plastiek. ‘Als je aanvoelt hoe iemand is, dan komt het er vanzelf wel in’”.

Hoewel IKVO voorzitter H. Haverkort haar met zijn comfortabele Renault Espace wilde ophalen, zei ze toch daags tevoren af vanwege het warme zomerse weer, haar hoge leeftijd en de lange autorit van Noordwijk naar Den Ham. Harm Scheper: “Zij had zich zo verheugd op haar aanwezigheid bij de onthulling.” Ze was “blij” dat het beeld weer gegoten was. Burgemeester J.J. van Overbeeke vertelde voorafgaand aan de onthulling dat hij Charlotte van Pallandt als groet een telegram had gestuurd.

Van Overbeeke: “Het beeld heeft nooit de plaats ingenomen die het verdient. Niet alleen is het min of meer verstopt bij het gemeentehuis, maar het beeld bleek ook van slechte kwaliteit. Er vielen in de loop der jaren steeds méér gaten in.” Van Overbeeke vond het “terecht” dat met financiële steun van IKVO het beeld nu wel de kwaliteit gekregen heeft, die het verdient. En: “Het is een beeld uit de meest creatieve periode van Charlotte van Pallandt.”

Expositie

Ter gelegenheid van de onthulling op 16 juni 1989 werd drie weken lang een weliswaar bescheiden maar zeker een unieke expositie met 16 werken van Charlotte van Pallandt ingericht op de bovenverdieping van het gemeentehuis. De beelden kwamen onder meer uit het Stedelijk Museum in Amsterdam, Rijksdienst Beeldende Kunst in ’s Gravenhage, Fundatie Heino en Museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam. Mede-organisator Hammer kunstenaar Willem Faas sjouwde de beelden vanwege veiligheidsmaatregelen elke avond de trap af naar de kluis in de kelder van het gemeentehuis. De andere morgen opende Wim Lindenhovius de kluis en samen met Harm Scheper plaatsten zij de beelden weer terug.

Eerst belde Hammer kunstenaar Willem Faas van de Tentoonstellingscommissie van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop c.q. St. Expositiehuis en op 1 juni 1989 schreef de gemeente het Stedelijk Museum in Amsterdam met de vraag of men gebruik mocht maken van materiaal in het museum of uit het depot. Hoewel het Stedelijk Museum Amsterdam werd meegedeeld dat in de nachtelijke uren een beveiligingsdienst zou worden ingeschakeld, bleek in werkelijkheid dat Willem Faas de kunstwerken elke nacht opborg in de kluis. Ook oud-bestuurslid Wim Scheltens herinnerde zich nog de wijze waarop Faas zich druk maakte voor deze expositie: “Willem was tot alles in staat. ”Harm Scheper: “Elke avond sjouwde ik met Willem Faas met de zware beelden naar de kelder.” ’s Morgens opende Wim Lindenhovius de kluis en bracht Harm Scheper ze weer naar boven.

Van Museum Boymans-van Beuningen Rotterdam kreeg men voor de drie weken durende expositie de kop van dichter A. Roland Holst (1963), staand naakt (de handen opgeheven ter hoogte van de schouders, 1952-4) op de grond zittend naakt met appel (ca. 1957), op de grond zittend naakt (1952-54), staand naakt (naar links gewend, de armen over de borst geslagen, 1952-54, h. 21 cm, verzekeringswaarde 25 duizend gulden) en frontaal zittend naakt (1952-4).
Het Stedelijk Museum Amsterdam stond ‘Portret Carasso’ (48x20x25 cm, 1969, brons gegoten, gepolijst) met een verzekeringswaarde 20.000 gulden af.
De Rijksdienst Beeldende Kunst in ’s Gravenhage gaf het kunstwerk ‘Koningin Wilhelmina’ (met verzekeringswaarde van duizend gulden) in bruikleen.
Verder waren werken te bekijken uit de collecties van de Stichting Hannema-De Stuers Fundatie Kasteel Het Nijenhuis te Heino (reliëf in brons van Erasmus), van dhr. en mevr. Andrédelaporte uit Ommen en van de gemeente Den Ham (kop ‘Juliana’).

“Het aantal bezoekers is moeilijk in te schatten, want niet iedereen tekent het gastenboek. Maar het zijn er toch heel wat geweest in de afgelopen weken. Onder de bezoekers mensen uit Eindhoven en Dordrecht”, zei Harm Scheper in TCTubantia. “Onze enige tegenvaller is dat we onvoldoende landelijke publiciteit hebben gekregen voor onze tentoonstelling. Dat komt voor een belangrijk deel doordat we alles in drie weken rond moesten zien te krijgen, waardoor we pas laat in de publiciteit konden treden.”
Later vertelde Scheper dat men terughoudend moest zijn om aan deze expositie veel ruchtbaarheid het geven: “Het woord ‘naakt’ in het Liggend naakt was namelijk zo beladen."

Kunst komt van kunst

Van 10 september tot 8 oktober 1994 exposeerde Hammer kunstenaar Willem Faas (Amsterdam 1928 - Den Ham 2009) in het Expositiehuis Den Ham met ‘Kunst komt van kunst’.
In een radio-interview voor de lokale omroep vertelde Willem Faas mij bij de opening hoe hij aan de titel kwam van deze expositie: “Dat is vrij simpel. Bij het gemeentehuis hebben we een prachtig beeld van Charlotte van Pallandt. Dat heet Truus. Omdat het nu Open Monumentendag is en het Jaar van de Beeldhouwers vandaag ingaat, vond ik het erg leuk om het thema van Truus op te pakken en daar werk van te maken. Vrij abstract. Dat kun je ook zien. Ik heb Charlotte van Pallandt nog gebeld, ze is 96. Ik moest wel heel langzaam praten. Ze is een beetje doof. Toen stelde ik het haar voor of ze het goed vond. Je moet met allerlei auteursrechten rekening houden. En toen was het zo dat ze het schitterend vond. Ze vond het prachtig. Ze wilde er graag een foto van hebben. Die krijgt ze uiteraard. Dat spreekt vanzelf.”
Of zoals Faas het in een artikel verwoordde: “Truus heeft zowel voor mij als voor Van Pallandt model gestaan. Charlotte heeft in feite mij weer geïnspireerd met het beeld”.
Al associërend heeft Faas er een eigen invulling aan gegeven.

Kunst komt van kunst

Naar de gemeentewerf

Met de verkoop van het voormalige Hammer gemeentehuis en de grond direct daarom heen ging de gemeente Twenterand vanaf september 2007 op zoek naar een nieuwe plek voor het beeld. Met enkele mensen van de St. Expositiehuis wandelde wethouder cultuur Freek Becker door Den Ham om een nieuwe locatie te vinden….

In afwachting van die nieuwe plek werd het ‘liggend naakt’ zolang weggezet op de gemeentewerf in Vroomshoop.

Naar de gemeentewerf

'Truus moet terug!'

Precies 20 jaar nadat gedeputeerde Dijkstra het liggend naakt had onthuld, kwam het beeld op 27 mei 2009 ter sprake tijdens de door gedeputeerde Dick Buursink geopende jubileumexpositie ‘Kunst - werk aan de winkel’. Wethouder cultuur Jan Binnenmars meldde toen “als nieuwtje” dat het kunstwerk van Charlotte van Pallandt “op zeer korte termijn” terugkomt in Den Ham. Als nieuwe locatie noemde Binnenmars de plek Dorpsstraat-Brinkstraat, maar de ook aanwezige heren Willem Faas en Harm Scheper, die er 20 jaar geleden ook bij waren bij de plaatsing voor het gemeentehuis en zich hadden beijverd voor de expositie destijds, zagen het fraaie beeld liever toch meer richting Brink geplaatst.

Toen publiceerde kabelkrant Delta TV op zaterdag 16 januari 2010 het artikel ‘Truus moet terug’. In dit artikel pleitte Harm Scheper voor de oorspronkelijke plek: "Jammer dat de gemeente geen oog heeft gehad voor de plek waar eens het 'liggend naakt Truus' lag.” Scheper was in 1989 nauw betrokken bij de herplaatsing van het beeld en roept vertwijfeld uit waar 'Truus' moet liggen. In elk geval niet op de gemeentewerf in Vroomshoop waar ze nu ligt opgeslagen. Scheper: "De grond had gemakkelijk buiten de verkoop gehouden kunnen worden."
Directeur L. Ekkel van Accuraat Accountants, eigenaar van het voormalige gemeentehuis, ziet het 'Liggend naakt' niet zo zitten voor zijn pand: "Een beeld vanuit de voormalige gemeente is geen onderdeel van ons plaatje. Ik heb er ook geen gevoel bij. Het is niet mijn smaak." Ekkel zegt de parkeerplaatsen nodig te zijn en dat er daarom ook geen plek is om het beeld hier terug te plaatsen. Scheper zag het beeld dus liefst op de oorspronkelijke plek, maar als het niet anders kan, ging zijn voorkeur uit naar de Eierhal aan de Brinkstraat.
De 'Kleikop' van Roelien Eenkhoorn zou dan wel verplaatst moeten worden. Naar de gemeentewerf? Ja, dat gebeurde dan ook geheel natuurlijk, want de boomstam waarop de kleikop was bevestigd, stond een winterlang schuin in de grond. Toen in het voorjaar het grootste deel van de kleikop kopzwaar bleek, viel deze (gelukkig) in het zand.

De verantwoordelijk ambtenaar kunst, werd in maart 2010 gebeld, maar verzuimde dit door te geven. Daarop werd een week later dhr. E. van der Heiden van de gemeentewerf gebeld met de mededeling dat het kunstwerk maar beter opgehaald kon worden. Nog diezelfde dag gebeurde dat en kreeg ook dit kunstwerk een plek op de werf, achter het ‘Liggend naakt’. Zo werd de gemeentewerf het kunstdepot van Twenterand.

Juliana

Overigens had de gemeente Twenterand nog zo’n ‘depot’, de EHBO en kolfkamer op de eerste verdieping van het gemeentehuis aan het Manitobaplein 1 in Vriezenveen. Daar lagen meerdere kunstwerken ‘opgeslagen’. Eén daarvan is de kop ‘Juliana’ van Charlotte van Pallandt. Dit bronzen beeld stond jarenlang in de raadzaal van het intussen voormalige gemeentehuis aan de Brinkstraat 3 in Den Ham.

Juliana

Ludieke ontvoering

Ondertussen kwam het ‘liggend naakt’ voor een logeerpartij één keer van haar plek. Carnavalsvereniging De Smoezen uit Vroomshoop bedacht wat ludieks. De Smoezen wilden achter ”de naakte waarheid” komen en ontvoerden haar (in overleg met de gemeente) op klaarlichte dag. Tijdens het carnavalsweekend lag het beeld daarom nabij de grote Puntbrug in Vroomshoop (enkele honderden meters van de gemeentewerf). Na de sleuteloverdracht op vrijdag 12 februari 2010 werd in aanwezigheid van cultuurwethouder Jan Binnenmars het beeld tijdelijk omgedoopt tot ‘Johanna, Janna van Binnenmarsch tot Puntkolck’. Prins Tom I stelde vast dat het liggend naakt zich prima thuisvoelt bij de studio van fotograaf Niek Erents waar topmodellen immers in en uit lopen.
De Smoezen gingen zorgvuldig met het beeld om. Voor de nacht werd ze keurig per heftruck de studio van Niek Erents binnengereden.
Na dit carnavalsweekend werd het weer teruggebracht naar de gemeentewerf.

Ludieke ontvoering

Zij .....

Dit voorval zette Jan Lindenhovius, Dorpsdichter van Twenterand, aan het dichten.

Zij ……….

Een bron van inspiratie!
Hèt stuk van 't hele dorp!
En dat op één steenworp
Van 't huis der democratie!

Zij had in één woord : gratie.
Het ambtenarendom
keek daag'lijks naar haar om.
Zij vormd' hun motivatie!

Maar wat een degradatie,
toen alles daar verdween
naar 't plein in Vriezenveen :
gedwongen emigratie!

En als een waardeloze prul
ligt zij nu als een stuk oud vuil
- 'k moet zeggen, dat 'k daar vaak om huil -
tussen gemeent'lijk werktuigspul.

In Smoezendonk is zij ludiek
aan de vergetelheid ontrukt,
zo van de opslagwerf geplukt!
Voorwaar, een daad, zeer sympathiek!

Toch vraag ik aan u, Heer van Kunst,
na deze tweede beeldenstorm,
als protagoon van wet en norm
vol deemoed slechts deez' ene gunst.

Als 't carnaval straks is gevierd,
en alles weerkeert naar normaal,
mag ik dan hopen, dat vol praal
zij d'Hammer pastorietuin siert?

Terug

Bij de publicaties van de Gemeente Twenterand in weekblad Gemeentecontact werd op 29 april 2010 een vergunningaanvraag tot plaatsing van het beeld gepubliceerd. En op 20 mei 2010 de vergunningverlening.

Na bijna 3 jaar kwam op donderdagmorgen 8 juli het ‘Liggend naakt’ terug.

Terug

'Juliana' voor onbepaalde tijd terug

Voor een bijeenkomst en het uitbrengen van een champagnetoost nodigde ik als initiatiefnemer het college van B & W van de gemeente Twenterand, de Oudheidkundige Vereniging, de Stichting Expositiehuis Den Ham, de Dorpsraad Den Ham, dhr. en mevr. Scheper, dorpsdichter Jan Lindenhovius met echtgenote en een zestal buren uit.
In het Middendorpshuis vertelde ik in het kort over de geschiedenis van het ‘Liggend naakt’.
Bij deze gelegenheid werd verder met een handdruk van wethouder Jan Binnenmars en voorzitter Freek Miskotte bekrachtigd dat de bronzen kop ‘Juliana’ voor onbepaalde tijd in bruikleen wordt gegeven aan de Oudheidkundige Vereniging Den Ham-Vroomshoop en te bekijken is in de expositieruimte op de bovenverdieping van het Middendorpshuis.

'Juliana' voor onbepaalde tijd terug

..... is terug!

Op de nieuwe plek van het ‘Liggend naakt’ las Jan Lindenhovius, Dorpsdichter van Twenterand, dit gedicht:

. . . . . . is terug!

Vandaag : reïntegratie
van haar, op wie ik val!
D' aloude eierhal
krijgt een redecoratie.

Daar ligt zij dan vol staatsie -
Waarlijk, het is gelukt :
aan d' Aziëlaan ontrukt! -
op een echt daaldersplaatsie!

Dank zij deez' installatie
schenkt 'Truus', als grande dame,
aan 't vrouwbeeld naam en faam :
Leve d' emancipatie!

Gij, Heer van Kunst, hield u niet doof,
neigde naar 't kunstprotest uw oor,
gaf aan de oproep ras gehoor.
't Is billijk, dat 'k u nu ook loof!

Zo leeft Charlotte van Pallandt voort,
hier in ons dorp : welk een voorrecht!
Zij was - dat dient gezegd -
een hele grote in haar soort.

Laat ons dan allen deze dag
begroeten als een ware gunst,
dat dit object van beeld en kunst
in zulk een vorm hier pronken mag,

en heffen, staand, het glas, vol vlam,
geheel van dorpse trots vervuld -
Jan van der Kolk, ook u zij d' huld' -
op 't liggend naakt van ons Den Ham!

Toost op Truus

En daar moest op getoost worden. Wethouder Jan Binnenmars (l) en ik als initiatiefnemer hieven het champagneglas.

De bronzen ‘meiden’ Truus en Juliana kregen deze dag een plek die ze verdienen! Alle reden om trots te zijn op twee prachtige beelden die weer in de openbare ruimte te bewonderen zijn. Precies zoals Charlotte van Pallandt dat ook bedoeld had. Iedereen moet van haar kunst kunnen genieten. Dat kan heel goed. Op de Eierhal waar tegenover Truus twee banken staan en in de expositieruimte van de Oudheidkundige Vereniging in het Middendorpshuis aan de Grotestraat 4.

Toost op Truus
★★★★★

"Een indrukwekkende en zeer gedetailleerde geschiedenis"

Clara de Vos van Steenwijk barones Van Pallandt
Clara de Vos van Steenwijk barones Van Pallandt
★★★★★

"Een heel boeiend onderzoeksrapport"

Kristian Garssen, collectiebeheerder Museum De Fundatie, Heino
Kristian Garssen, collectiebeheerder Museum De Fundatie, Heino

Bronnen:

Gemeente Twenterand, Stichting Expositiehuis Den Ham, Museum De Fundatie Heino, Sculptuurinstituut Scheveningen, Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie Den Haag en Historisch Centrum Overijssel Zwolle


Monografie Charlotte van Pallandt, Beelden en tekeningen, Katwijk aan Zee, 1978, Lambert Telgenbosch

Charlotte van Pallandt, Beelden en Tekeningen, Stedelijk Museum Amsterdam, Provinciehuis Zwolle, 1981/1982

Gipsen en schetsen, Charlotte van Pallandt, Hannema de Stuers Fundatie, 2001

Charlotte van Pallandt Kees Verwey, catalogus De Fundatie

Truus Trompert, een leven als model, Henk Egbers

Ontsloten verleden, H. Konijnenberg

media:
Delta Media groep, NOS, Markant, documentaire Charlotte van Pallandt, Dagblad van het Oosten / TCTubantia, Weekblad De Koerier, De Mars, Overijssels Maandblad

Met dank aan:

Heidy van der Kolk, Harm Scheper, gemeente Twenterand, Ben Joosten, Maarten Smit, Thera Folmer, Henk Veurink, Wim Scheltens, CV De Smoezen, Dorpsdichter van Twenterand Jan Lindenhovius, Oudheidkundige Vereniging Den Ham-Vroomshoop, Irthe André de la Porte barones Van Pallandt, Clara de Vos van Steenwijk barones Van Pallandt en J.A. baron De Smeth.

Den Ham | 2013