Twee Joodse begraafplaatsen

Rond 1750 woonden er al Joden in Den Ham. Bij de volkstelling op 1 januari 1860 telde Den Ham op 2968 inwoners een getal van 36 Joden. Dat is 7 à 8 gezinnen en aangezien de Joodse jongens kerkelijk meerderjarig werden na het volbrengen van het 13e levensjaar waren er allicht 10 meerderjarig Joodse ‘mannen’. 

In 1855 probeerde A. Brandes een huissynagoge op te richten. Zo’n huissynagoge (kon ook in de huiskamer) kwam er voor slechts één jaar, in 1857.   

Abraham Brandes, Salomo Brandes, Jacob Wolff en Simon Schlosser speelden achtereen-volgens de voornaamste rol in Den Ham.

De kleine Joodse gemeenschap viel in 1906 tot de Nederlandse Israëlitische Gemeente Ommen. In 1948 werd Den Ham gevoegd bij de Nederlands Israëlitische Gemeente Almelo.

Joden hadden geen landbouwbedrijven en werden ook niet toegelaten tot een gilde. De Hammer Joden waren in de tweede helft van de negentiende eeuw van beroep vaak slager, marskramer, schilder, koopman. Kortom, veelal handeldrijvende joodse dorpsgenoten. Er bestond een gemoedelijke verhouding tussen deze Joden en de plaatselijke bevolking.

Het is typerend dat Joodse begraafplaatsen vaak niet in de bebouwde kom liggen. Hoewel een begraafplaats gewijd is, is volgens de Joodse religieuze wetten een lijk onrein. In een dorp is geen plaats voor iets onreins.

Joodse begraafplaatsen zijn zeer oud, ‘eeuwig’, omdat ze niet geruimd mogen worden. In ons land worden Joden vaak begraven met het hoofd naar het westen en de voeten naar het oosten. Zo is het gezicht gericht naar het oosten, naar Jeruzalem. Mannen horen bij een bezoek aan een Joodse begraafplaats hun hoofd te bedekken.

Begraafplaats Mageler Es



Dit is de oudste en werd aangelegd in 1840. Het is een driehoekige begraafplaats van 110 m2 groot.

Grafstenen zijn hier niet meer zichtbaar. Voor de Tweede Wereldoorlog waren daar nog vaag herkenbaar drie liggende grafstenen. Mogelijk liggen hier Abraham Samuël Wertheimer (1789-1864, vleeshouwer), zijn echtgenote Hanna Boekbinder en Philip Levie Weiler (1815-1865) begraven.

De Duitsers hadden hier in de laatste oorlogsjaren een luisterpost met zend- en ontvangst-mast geïnstalleerd in een blauwe keet exact op de begraafplaats. Zij  konden er wel eens mede debet aan zijn, dat de stenen vernield/verdwenen zijn.

De burgerlijke gemeente nam het onderhoud in 1952 over. In 1960 plaatste het Ned. Isr. Kerkgenootschap een gedenksteen als herkenning. Deze steen is 65 cm hoog en 40 cm breed en is het enige kenteken. Onder de woorden ‘Joodse begraafplaats’ staat de afkorting van vijf Hebreeuwse woorden die betekenen: "Moge hun ziel gebonden zijn in de bundel des levens”.

Er kwam een betere afrastering met meidoornstruiken en er werden 7 linden ter herdenking geplant. Een bank geeft, als de maïs nog klein of weer weg is, een fantastisch uitzicht op de wijde omgeving en op Den Ham.

Begraafplaats Vroomshoopseweg


De ‘nieuwe’ Joodse begraafplaats aan de Vroomshoopseweg  is aangelegd in 1864. De ‘oude’ begraafplaats was vermoedelijk volledig benut. Vanwege een groeiend aantal Joden ontstond de behoefte om gelijk 400 m2 te reserveren.

          

          

Van de vijf nu nog voorkomende grafstenen hebben er twee een Hebreeuwse tekst aan de westzijde van de steen én in een ovale omranding een Nederlandse tekst aan de oostzijde van de steen. Het gaat om de grafstenen van Jacob IJsman (de oudste uit 1868 en meest oostelijke van de drie stenen noordelijk van het middenpad) en van zijn vrouw Frederika (meest oostelijke van de twee stenen zuidelijk van het middenpad). De voorkanten van beide stenen in het Hebreeuws zijn onleesbaar.

                      

Twee andere stenen hebben aan de oostzijde ervan én een bovenste Hebreeuwse tekst én daaronder een Nederlandse tekst. Het gaat om de middelste steen van de drie noordelijk van het middenpad van Abraham Brandes en op de meest westelijke van de twee stenen zuidelijk van het middenpad van Sophia Brandes-Lievendag.

Abraham Brandes woonde ongeveer waar nu bakker Kaptein aan de Molenstraat woont. Hij was een vooraanstaand Joods ingezetene. Abraham en Sophia kregen twee kinderen: Salomo en Clara. Beiden werden ook hier begraven.


 

De vijfde steen met alleen aan de westzijde een Nederlandse tekst is van Heyman Wolff. Het is de meest westelijke van de drie aan de noordzijde van het pad. Heyman overleed op 26-jarige leeftijd waarschijnlijk aan tbc. Zijn moeder was Bet Schlosser (woonde ongeveer tegenover bakker Jansen aan de Esweg). Zij trouwde met Jacob Wolff (slachter, leidde begrafenissen en woonde aan de Twistweg). Dit echtpaar kreeg 6 kinderen. Bet overleed in 1921 en werd in Den Ham begraven.

Het vierde kind, dochter Johanna Helena Wolff, overleed na 9 maanden. Zij werd hier begraven, net als haar 25-jarige zus Johanna Wolff , die waarschijnlijk ook aan tbc overleed.

 

De begraafplaats werd in 2005 opgeknapt.

Bronnen:

De Joden en hun begraafplaatsen in Den Ham (1973), H. Konijnenberg

‘Hammer historie’ (1987), H. Konijnenberg

Joodse begraafplaatsen Den Ham, stenenarchief

Foto's van de grafstenen zijn afkomstig van Het Stenen Archief.


Dit artikel is ook te lezen in de Canon Den Ham - Vroomshoop.




Oorkonde

Beide Joodse Begraafplaatsen in Den Ham (Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap Amsterdam) werden in 2005 genomineerd voor de Erfgoedprijs van de Stichting Ons Erfgoed Den Ham - Geerdijk - Vroomshoop. 

Tijdens de uitreiking van de Erfgoedprijs 2005 (op Open Monumentendag) krijgt mevr. Alfing uit handen van wethouder Visser (r) een oorkonde betreffende de twee Joodse begraafplaatsen in Den Ham. 




Lees op hermandasselaar.nl meer over de Jodenvervolging in Den Ham.



Voormalige synagoge Vriezenveen gaat naar Den Ham.

 

 

Lees hier artikel uit TCTubantia, 25 januari 2014