Van boer tot museumdirecteur

"Ik heb het hoofdzakelijk voor mijn eigen plezier”

Het begint gewoon met een stuk of drie strijkijzers. Je vindt er nog één. Je koopt er nog één. En voordat je het weet heb je er een achthonderd! Keurig naast elkaar staan de meeste in een vertrek naast de woonkamer wat vroeger vast plaats maakte voor een ledikant. De mooiste exemplaren staan achter glas in een vitrinekast aan de woonkamerwand.

Scholten Willem, volgens de Hammer burgerlijke stand Willem Wemekamp, bezocht regelmatig de rommelmarkten in IJhorst en Weerselo en de antiekbeurzen in Zutphen, Zwolle en Enschede. "Ik kan altijd wel wat vinden”. Soms voor weinig, soms voor wat meer geld kocht hij ze op. "Het moet gaaf zijn, anders wil ik het niet hebben”.

Strijkijzers

Het begon succesvol met strijkijzers in alle maten, kleuren en soorten: kachelbouten met en zonder koperbeslag, petroleum-, benzine-, spiritus- en (stads-)gasstrijkijzers, electrische strijkijzers. De meeste gasstrijkijzers zijn zo’n 80 tot 90 jaar oud. Tot de verzameling behoren ook holle strijkijzers die voorzien moeten worden van een ijzeren binnenbout. Deze werden in het vuur goed heet gemaakt en daarna in het strijkijzer gedaan. Weer andere strijkijzervarianten werden gevuld met gloeiende kolen of met een blokje meta (een vaste spiritus). De strijkijzers zien er uit alsof ze nog elke dag worden gebruikt. Willem zet ze na de aankoop in de olie, waardoor de roest verdwijnt. 

 


Hier staat de grote massa. Direct na koffietijd doet Willem zijn dagelijkse ronde met een plumeau: "beetje stofjagen”.

Indrukwekkende verzameling

Maar als je zo wat rondstruint op rommelmarkten kom je ook andere best wel leuke dingen tegen. Willem kocht dus en verzamelde heel veel. Intussen heeft hij twee grote schuren vol met (landbouw-) machines, gereedschappen en tal van gebruiksvoorwerpen. Vrijwel alles van de eerste helft vorige eeuw of nog ouder. Van elk ambacht heeft hij een bewonderenswaardige verzameling: "Van de meest gangbare beroepen heb ik wel wat spullen”.

Zijn verzameling is buitengewoon veelzijdig: traporgeltje ("Meester Snel moet net zo’n soort orgeltje gehad hebben”), vliegende Hollander, petroleumstellen, letterbakken, kaartautomaat uit een bus, typmachine, fietsen, carbidlampen, Berinibrommer, lieniezer (bij de opening destijds van het Lieniezer in Vroomshoop was deze erbij), jachthoorns, hang- en sluitwerk, bascules, Sibculose kloostermoppen, radio, straalkachel, biggencastreerbankje, boomgaardspuit, Van Nelle blikken, poffertjespan, klaptafel, koolsnijmachine, appelplukker, tinnen kraantjeskan, emaille emmers, doof-pot, tuinboonzeef, profielschaven, kookpot, blikken speelgoed, bottenkraker, hobbelpaard, land-kaarten ("Ik heb alle provincies nog niet”), tweescharige Groninger stoppelploeg, kunstmeststrooier en stortkar (ook de landbouwwerktuigen zet Willem na aankoop eerst een keer of wat in de motor-olie en de houtworm gaat dood). Pronkstuk is zeker de kinderstoel waar Willem, zijn zus en zijn broer nog in hebben gezeten.

In de oorlog kon je geen speelgoed kopen, dus maakte Willem zijn eigen speelgoed: papieren ballen, koppen van lucifers in een sleutel, tolletjes, snorrebot (bot uit een varkenspoot), velg van een fiets als hoepel, enz.

Oudste gebruiksvoorwerp is zeker een waag die dateert uit 1657. Deze werkt op het evenwicht. Gerrit Geens uit Amsterdam was de maker van deze balans.Gelukkig staan bij de meeste voorwerpen opschriften. Zo hoeft men Willem niet telkens te vragen wat het is.

Er wordt tegenwoordig niet zo veel meer weggegooid: "Ze verwachten allemaal dat het nog een heleboel geld waard is. Ik heb machtig veel dingen die je nooit weer tegenkomt. Dus kopen maar. Er gaat dan wel veel geld inzitten”. Gelukkig komen de laatste jaren steeds vaker mensen museumspullen brengen.

 


Trots staat Willem in zijn kruidenierswinkel. Zijn laatste aankoop zijn zo’n twintigtal luciferspakken.

Spreuken

Willem is ook dol op spreuken: "Daar heb ik wat mee”. Overal hangen lijstjes met niet alleen bijbelse teksten, ook handgeschreven teksten en spreuken van b.v. voornaamgenoot Wilmink hangen aan een punaise geprikt ergens tegen één van de houten stellingen. "Indien de maagd goed mangelen kan, zo raakt zij licht aan ene man, witgewassen en welgevallen dat is het pronkje van de vrouwe” (Deze spreuk stond in een boekje of zo.), "Witgewassen en netgevouwen is een sieraad voor de vrouwen”, "Waar werd oprechter trouw dan tussen man en vrouw ter wereld ooit gevonden”, "Die op God vertrouwt heeft zeker op geen zand gebouwd” en "Een vogel bouwt zijn nest, een eigen huis is het allerbest”. 

Welkom

Als 15-jarige jongen werkte Willem nog een jaar bij een klompenmaker. Tot 1964 was hij boer en reed op de melkwagen. Daarna werd hij kuikenmester. Sinds 1996 loopt er geen vee meer rond de boerderij aan de Zomerweg of het moet het pluimvee en de konijnen zijn. Deze dieren worden nog met veel liefde verzorgd. Het aantal dieren is de laatste jaren wel gedaald.

Willem begon in 1975 met verzamelen. Toen nog boer, nu in 2004 museumdirecteur. De mensen kijken hun ogen uit. Willem is gastvrij en leidt zijn bezoekers graag rond. De meesten komen nu nog uit Den Ham. "Er zou wel een beetje meer volk mogen komen, maar van de andere kant maakt me dat ook weer niet zo heel veel uit, ik heb het hoofdzakelijk voor mijn eigen plezier”.


Dit artikel is ook te lezen in het kwartaalblad 't Middendorpshuis, uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop, 2004/2.



Naschrift: Willem Scholten overleed eind 2004. Zijn unieke verzameling ging onder de hamer.