J.E.G.J. Hartgers

Het geslacht

Met "Ik ben een echte Saks” begint de bijna 100-jarige Hartgers (geb. 10 april 1910) een gesprek met Freek Miskotte en mij in aanwezigheid van zijn dochter Janetta. Een van de twee gehoorapparaten wordt nog even van een nieuw batterijtje voorzien en dan vervolgt de nog vitale heer Hartgers: "Ik ben in dit huis geboren. De eerste bewoner van dit perceel –Dorpsstraat 17- was een verre voorvader, Jan ten Have, vandaar de huisnaam: Jan ’t Noav’n. In de lange reeks van erfopvolgers komt naast de naam Lindenhovius, o.a. Cornelis Wilhelmus Overweg voor, zoon uit een molenaarsfamilie in Dalfsen.

Het huis brandde rond 1875 door blikseminslag grotendeels af. Het werd herbouwd op de fundamenten.

Mijn moeder, Johanna Wilhelmina Lindenhovius huwde Jan Hendrik Hartgers en zij gingen wonen op dit adres, de dorpsboerderij aan de Dorpsstraat. Vader zette het boerenbedrijf van zijn schoonvader voort, waartoe ook de molen aan de Dorpsstraat behoorde, ongeveer op de plek van de huidige brandweerkazerne. De twee knechten, Lucas Schumer en Hendrik Grevink hielpen hem. Het boerenbedrijf hield al op te bestaan voor 1940.

De molen werd aan de Coöperatieve Aan- en verkoop Vereniging verkocht. Deze verkocht de molen later voor een luttel bedrag door om afgebroken te worden. Dit was en is een groot verlies voor het aanzien van het dorp.

Studie

Hartgers ging in zijn kinderjaren naar de Gemeenteschool aan de Grotestraat. Het vervolg werd de HBS in Almelo. Daarna werd afgereisd naar Utrecht. Wat eerst de Veeartsenijkundige Hogeschool was, werd de zesde faculteit der Diergeneeskunde van de Rijks Universiteit van Utrecht. Veel medestudenten waren "boerenkerels” die zich interesseerden voor koeien en paarden. Vrouwelijke studentes (tegenwoordig in de meerderheid) waren er nog niet.

Hartgers kwam als secretaris in het bestuur van de Diergeneeskundige Studenten Kring (DSK). Het waren de oorlogsjaren. De veterinaire studenten probeerden zich en met succes tegenover de bezetter staande te houden. Zo weigerden ze overleg met studenten te Rotterdam, want daar had een NSB’er het voor het zeggen. Ook de hoogleraren waren verdeeld over de opstelling van de DSK. De een nam het weigeren overleg te plegen kwalijk ("Ik neem het u zeer kwalijk”), terwijl de ander juist tegenovergesteld reageerde ("Ben je bedonderd, daar ga je toch niet heen”). De DSK hield zich aan het laatste advies en hield de boel goed bij elkaar. Het verzoek van de bezetter om tewerkgesteld te worden in Duitsland na sluiting van de faculteit werd tegen gewerkt.

Als secretaris schreef Hartgers een brief aan zijn over het land verspreide medestudenten om vooral niet te gaan. Deze brieven moesten na ontvangst vernietigd worden. Eén brief bleef bewaard en ligt nog steeds in het museum van de Faculteit Diergeneeskunde. Mede als gevolg van deze activiteiten moest Hartgers af en toe onderduiken. Soms in zijn eigen huis aan de Dorpsstraat.

In de loop van de oorlogsjaren werd het steeds moeilijker om de studie voort te zetten. Studenten gingen vaak het land in om plaatselijke dierenartsen te helpen.

Ook moest Hartgers zijn studie regelmatig onderbreken, mede omdat hij zakelijke besognes voor zijn vader moest behartigen. 

Dierenarts in Den Ham

Na zijn opleiding begon Hartgers een zelfstandige dierenartsenpraktijk in Den Ham. Het dorp was tot die tijd aangewezen op dierenartsen van elders. Het starten van de eigen praktijk ging in harmonie met zijn collega’s uit Ommen, Hellendoorn en Vriezenveen.

Voor de eerste dierenartsenpraktijk in Den Ham werd het huis aan de Dorpsstraat verbouwd. Er kwam een wachtkamer en behandelkamer/apotheek. De bezoeken aan de veehouders werden heel in het begin afgelegd met een solex. Pas later kwam er een auto.

Naast het behandelen van zieke dieren, bestond het werk in die jaren met name ook uit werkzaamheden in het kader van de georganiseerde dierziektenbestrijding.

Om de 2 jaar moesten alle koeien het TBC onderzoek ondergaan. Dit was te vergelijken met het TBC onderzoek op scholen met de bekende kruisjes. 3 dagen na het tuberculineren moest er afgelezen worden en bij twijfel volgde een hercontrole.

Soms schoten studenten uit Utrecht te hulp bij de werkzaamheden. Alle uitslagen moesten zorgvuldig verwerkt worden op stallijsten. Vergelijk dit met een burgelijke stand van koeien. Dit werd bijgehouden door de toen nog provinciale gezondheidsdienst voor dieren. Als dieren positief waren in het onderzoek kon de boer niet het noodzakelijke vervoersbewijs krijgen van de plaatselijke staladministrateur, als de boer wilde verkopen. Deze dieren konden niet verhandeld worden. Het belang van de uitslag was dus groot voor de boeren, want de positieve dieren moesten geruimd worden. Deze hele gang van zaken leverde best af en toe problemen op, maar door consequent handelen is het uiteindelijk gelukt deze zöonose (ziekte die van dier op mens overgaat) kwijt te raken.

In die jaren waren er ook nog wel eens uitbraken van het gevreesde mond- en klauwzeer. De mogelijkheid kwam toen om hier preventief tegen te vaccineren. Elk voorjaar moesten alle runderen worden gevaccineerd. Dat was altijd een drukke periode. Gelukkig stonden de dieren toen nog veelal vast. Maar omdat het pijnlijk was voor de dieren, moesten ze toch vastgehouden worden. "Ze zagen je al aankomen en waren doodsbang”. Bij de grote Fleerboer in Linde was het altijd feest. In de periode dat Hartgers kwam bestierden twee broers de boerderij met hulp van huisgenoot Henk. De stal was groot en de koeien mager. Wel was alles netjes voor elkaar. Het jongvee liep los in de potstal. Hartgers vond het een "mooi gedoe” en moedigde  Henk aan de pinken te vangen met: "Griep Henk, griep”. Al  met al een mooie tijd.

Cornelis Ruijgh nam rond 1970 de praktijk over. Hartgers werd gevraagd om hoofd te worden van de gemeentelijke keuringsdienst voor vee en vlees in Wierden. "Dat paste mij wel”. Een hoofdtaak van deze dienst was het toezicht houden op de Exportslachterij in Wierden en aanverwante bedrijven, maar ook de plaatselijke slagers vielen onder het toezicht. Hij had 8 keurmeesters onder zijn hoede.

Wars van verzuiling

Geboren in 1910 heeft Hartgers een geweldige maatschappelijke en economische ontwikkeling meegemaakt, twee wereldoorlogen en de crisis in de dertiger jaren.

In zijn kinderjaren kwamen er in Den Ham drie basisscholen: de Openbare Gemeenteschool, de Gereformeerde School (vanaf 1910) en de Hervormde School (vanaf 1912). Hartgers: "De verhoudingen lager toen veel scherper dan nu. Die verzuiling heeft veel kwaad gedaan. Ik voelde me daar niet bij thuis. Het was niet zozeer de bevolking, maar de leiders, de school-hoofden en de dominees die de verhoudingen verscherpten”. Hartgers wil nog steeds niet denken in die hokjes. "Het is krankzinnig” vertelt Hartgers als er weer mensen moesten worden gezocht voor (bestuurs-)functies: "Wie mut er nog ene van dee kante hem”.

Hartgers hield de mensen graag een spiegel voor. Is het wel goed dat we zo in kampen leven?

Strijden voor het collectief

De boodschap van Hartgers voor ons mensen van nu is helder: "Voorkom splijtzwammen”.

Tot op de dag van vandaag betreurt hij de gemeentelijke herindeling. "Jammer, Twenterand is een onmogelijke gemeente geworden tussen De Groene Jager en de Bruinehaar”.

Hij kan nog nagenieten van het moment dat er fel gestreden werd om zwembad De Groene Jager. "Dat was een demonstratie van eenheid. Prachtig”. Vooral het met elkaar doen, niet voor eigen gewin, maar voor het collectief heeft Hartgers altijd  nagestreefd.

En: "Hammenaren, wees zuinig op je dorp. Er is nog veel moois, bewaar het”.

Oudheidkundige vereniging

In 1970 kwam van Walsum als burgemeester naar de gemeente Den Ham. Hij was direct gangmaker voor een Oudheidkundige Vereniging. Samen met van Walsum en de onlangs overleden Konijnenberg richtte Hartgers de vereniging op. Hun doel was om oude gewoontes en de geschiedenis vast te leggen en voorwerpen en oude geschriften te verzamelen.

Er kwam een prachtig gebouw beschikbaar, het Middendorpshuis. Tot 1970 deed dit gebouw dienst als dependance van het witte gemeentehuis op de Brink.

Als adviserend lid is Hartgers altijd nauw betrokken gebleven bij de Oudheidkundige Vereniging Den Ham-Vroomshoop.

Kinderen en kleinkinderen

In 1949 huwde Hartgers Marchien Wolthuis. Zij was Vroomshoopse, dochter van J.C. Wolthuis, akkerbouwer op de Tonnendijk. Zoon Daan en dochter Janetta werden uit hun huwelijk geboren. Hartgers is maar wat trots op zijn drie kleinkinderen, waarvan er twee ook arts zijn en de derde het in de bouwkunde zoekt.

Gefeliciteerd

Zaterdag 10 april 2010 werd een gedenkwaardige dag. Nogmaals hartelijk gefeliciteerd.



Dit artikel is ook te lezen in het kwartaalblad 't Middendorpshuis, uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop, 2010/2.

Naschrift: Dhr. Hartgers overleed op 24 januari 2012 op 101-jarige leeftijd.