Verzamelaar van nostalgie

"Ik wil dat het bewaard blijft.”

Een uit de hand gelopen hobby

Zo’n 30 jaar geleden begon Jan Tepper in zijn boerderij ‘Dalvoorderslag’aan de Tonnendijk 106 in Vroomshoop te verzamelen. Van oude gereedschapssleutels tot ploegen en van radio’s tot tractoren. "Er is al zoveel nostalgie verdwenen. Ik vind het mooi en wil dat het bewaard blijft.” En zo richtte Jan zijn eigen ‘Landbouwmuseum Dalvoorderslag’ in.

Jan heeft een duidelijke voorkeur voor met name oude landbouwwerktuigen. Veel kreeg hij van boeren die hun bedrijf beëindigden. Trots is hij op zijn oude Lanz bulldog, de mooiste oude tractor: "Ik heb zo’n kleintje”. Nog regelmatig gaat hij met zijn tractoren naar tentoonstellingen, zoals de PK-dag in Vroomshoop en het Bossinkkampfeest in Den Ham. Hij genoot zichtbaar toen hij pronkstukken mocht uitlenen voor de expositie ‘Bekiek ’t maar’ ter gelegenheid van 150-jaar Vroomshoop. Het deed hem goed toen kinderen daar met hun handen graaiden in de verschillende soorten granen. Graag demonstreerde hij dan ook zijn maalmachine. En elk jaar doet hij met zijn Hanomag en 2 scharige ploeg mee aan de ploegwedstrijden in Archem.

Vanwege zijn ongebreidelde dwang om te verzamelen raakte de boerderij flink vol. "Overal had ik wat”. Een lege kippenschuur bracht twee jaar geleden uitkomst. Niet langer meer een nijpend tekort aan ruimte. "Ik had ook zoveel gekregen.” Nu was er de gelegenheid om alles netjes en overzichtelijk naast elkaar te zetten. "Ik was verbaasd wat er allemaal tevoorschijn kwam. Het is een uit de hand gelopen hobby. Ik ga niet meer naar rommelmarkten. Ik heb altijd de neiging om teveel te kopen.”

Stationaire motoren

Voordat Jan me meeneemt naar zijn museum bekijken we eerst zijn Solex uit 1963 Na een opknapbeurt en de verplichte schouw mag hij nu op deze snorfiets rijden. Daarna gaan we naar de garage. Daar staat een Volkswagen kever uit 1972, waar hij nog regelmatig toertochten meerijdt, tussen meerdere stationaire motoren met merknamen als Petter,  Lister en Wolseley uit de jaren 50 en 60. Enthousiast vertellend slingert Jan zo’n motor aan die de boeren vroeger gebruikten in hun melkmachines in het weiland. Voor 50 gulden kocht hij de motor met houten huisje 20 jaar geleden in Ommen. De motor laat weten dat hij het fijn vindt om voor even weer te werken: hij puft en dampt. "Deze loopt heel gemakkelijk. De motor werd en wordt ook wel voor hobbybootjes en grasmaaiers gebruikt. De motoren smaken de loodvrije benzine van tegenwoordig niet zo goed.” Jan ontdekte dat het veentreintje in het Veenmuseum aan de Paterswal hetzelfde type motor heeft.

Tractoren

In een andere schuur staan vier mooie oude tractoren keurig naast elkaar. Een Massey Harris Pony uit 1947, een Lanz bulldog uit 1951, een Hanomag uit 1953 en een Ferguson TEF uit 1956. Graag vertelt Jan enkele bijzonderheden.

De Massey Harris Pony (12 pk) had je in twee uitvoeringen: de Canadese met een Continental motor en de Franse met een Simca motor. Deze tractor kwam via de Amerikaanse noodhulp, Marshallplan, in 1947 naar ons land en werd door de boeren ingezet voor de eerste mechanisatie in de landbouw. Jan vertelt dat de Lanz bulldog op een bijzondere manier moest worden aangezet: met gasbrander warm stoken en wachten tot gloeikop rood wordt. Deze tractor heeft weleens wat nukken en start soms op goed geluk. Bovendien kan hij je verrassen door achteruit te gaan in plaats van vooruit. Vanwege de veel gesneuvelde mannen werd deze tractor in Duitsland vaak bereden door vrouwen. "Zij konden er gemakkelijk mee overweg en kreeg deze tractor daarom ‘de vrouwen bulldog’ als bijnaam” De Hanomag was ooit van een Veendammer oom van Jan. De tractor werd verkocht, maar vele jaren later weer door Jan opgescharreld. Van de Ferguson TEF vertelt Jan dat deze start met de versnellingspook. Na de fusie met Massey veranderde de naam in Massey Ferguson.


 

Zo goed zijn tractoren nog werken, zo slecht is de "sta-in-de-weg” zelfbinder. Met deze zelfbinder werd de rogge gemaaid en kwamen aan de zijkant de met touw gebonden schoven er weer uit. "Eigenlijk zouden we een stichting of een clubje moeten hebben die zoiets weer kan opknappen”, wenste Jan zich.

Ook een veertig jaar oude New Holland combine staat in de schuur. Deze wordt nog elk jaar een dag of twee gebruikt. Zo haalde hij er dit jaar 7 bunder tarwe mee van zijn land.

Museum

Jan begint de rondleiding in zijn museum met stukken als het klokje van mijn opoe, het borrelglaasje van mijn vader, mijn eerste (tweede hands gekochte) grammofoon waar hij platen als ‘Glaasje op, laat je rijden’ grijs draaide. Het lijkt dat Jan zo’n beetje alles verzamelt: leren jas, juk, éénpotig melkstoeltje, trekzaag, bascule, transportfiets, fornuis met kolenkit gevuld met eierkolen, zicht, 60 jaar oude weckfles mét bonen ("Er zit nog geen schimmel op.”), petroleumstel, enz, enz.

Maar nagenoeg zijn hele expositieruimte wordt in beslag genomen door oude landbouwwerktuigen: een hekeldorsmachine van rond 1880, één van de eerste trekkerploegen uit 1923, een kafmolen uit 1890 gemaakt door smid Jannes Kamphuis in Den Ham, een zwarte en een blauwe (Groninger) wipkar waar letterlijk alles mee vervoerd werd, een bieten hakselaar. Blij is Jan met de eerste aardappelpootmachine van zijn vader. Deze machine werd in 1956 gekocht, daarna verkocht aan iemand die hem later weer inruilde. Jan vond hem terug. Hetzelfde gebeurde met een Hanomag tractor van zijn oom uit Veendam. Na wat koop- en verkoopomzwervingen kwam Jan hem toevallig weer tegen in Westerhaar. En die laat je daar dan natuurlijk niet staan.

Een goeduitziende houten modderzeef werd ooit gebruikt op het aardappelland. Zes mannen/vrouwen gooiden bij het aardappelrooien de aardappelen tegen de zeef. Zand en modder vielen er doorheen, de aardappelen rolden naar beneden in houten kruiwagens. Deze aardappelen werden dan naar de boten gekruid. "Het zware werk, waar men toen een dag over deed, kan nu met machines in een kwartier gedaan worden.” 

De tentoongestelde aardappelsorteermachine kende nog geen Arbo-wetgeving en maakte tijdens het werk een oorverdovend kabaal.

Met grote toewijding vertelt Jan over zijn museale stukken. Veel weet hij nog zelf van vroeger, maar ook wordt hem veel verteld. Hij houdt van de anekdotes die de mensen vaak erbij vertellen. Lopend langs de vele werktuigen vraag je je af hoeveel en hoevaak mensen daar vroeger niet mee geworsteld hebben… 

                   

 

Jan was het 62ste lid van het tweemaandelijkse clubblad ‘Pionier’ van de Oude Trekker en Motoren Vereniging. Pionier telt nu ruim zesduizend leden. Meer op www.otmv.nl. De OTMV stelt zich ten doel dat historisch interessante tractoren, stationaire motoren en daarbij behorende werktuigen worden verzameld en gerestaureerd.

Het ‘Landbouwmuseum Dalvoorderslag’ is alleen te bezoeken op afspraak, tel. 64 30 63. Misschien dat het er nog ’s van komt dat het een middag in de week geopend wordt. Vanwege de tegenwoordig hoog gestelde eisen zal het wel nooit een echt museum worden. Bezoek kreeg hij al van de buren en naar aanleiding van een spreekbeurt kwam een groep van de St. Willibrordusschool kijken. Degene die er nu nog het meest van geniet, is Jan zelf als hij hier wat rondstruint. Maar hij ontvangt met alle plezier en met veel vertelkunst belangstellende bezoekers.


Dit artikel is ook te lezen in kwartaalblad 't Middendorpshuis, een uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop, 2009/3.

Bekijk hier zien en doen van Twenterand Tourist Info.