Directeur in granen en in veel meer.

 "Heeft hij de bel wel gehoord?”, zo vraag ik me af. Ik aarzel om opnieuw aan te bellen. Dat lijkt zo gehaast. Bovendien was een afspraak voor dit tijdstip gemaakt.  Maar dan gaat de voordeur van Wingerd 15 in Vroomshoop toch open. "Het lopen gaat allemaal niet meer zo vlug”, verontschuldigt Douwe Elsinga zich. Dat lijkt dan ook het enige wat niet zo goed gaat bij deze helder van geest overkomende hoogbejaarde Vroomshoper. Eind juni vierde hij nog samen met zijn vrouw, kinderen, klein- en achterkleinkinderen dat ze 70 jaar getrouwd waren. Voor de nieuwe burgemeester Cornelis Visser was het zijn eerste bezoek aan inwoners van Twenterand. Vanaf 1957 wonen ze al in Vroomshoop. Nu het lichamelijk bij dit echtpaar minder wordt en de hulp steeds intensiever nodig blijkt, verhuisden ze deze zomer naar ’t Liefferdinck in Den Ham. Douwe Elsinga is een veelzijdig man. Ik werd gevraagd met hem te spreken over zijn verleden bij de coöperatie.

De vader van Douwe Elsinga had een landbouwbedrijf in Barradeel, Friesland. De jaren dertig van de vorige eeuw waren slecht. Daarom begon Elsinga als commercieel vertegenwoordiger granen van de landbouwcoöperatie in Franeker. Hij ging de boer op voor gerst, tarwe, haver en erwten. Daana werd hij directeur van een coöperatie in Hoofddorp. Daar was het niet altijd even gemakkelijk. "Om elk dubbeltje liepen de boeren weg.”

Door zijn voorganger, die naar de polder ging, werd Elsinga in 1957 gevraagd directeur te worden van de Coöperatie ‘Ons Belang’ in Vroomshoop.

Gelijk bij de eerste ontmoeting ("Het waren pittige lui”) leek het goed en werd verhuisd naar Vroomshoop.

Elsinga weet nog goed te vertellen hoe hij zijn eerste bestuursvergadering meemaakte in hotel Tebberman. "We zaten rond een potkachel, waar de één na de ander een turf ingooide. Het was een verademing hoe het er hier aan toe ging. Dit in grote tegenstelling tot de vergaderingen in de Haarlemmermeer. Aanvankelijk maakten boeren deel uit van het bestuur. Dat veranderde toen de functies zwaarder werden. Ik kreeg een auto van de zaak en moest de bestuursleden daarom voor een vergadering eerst ophalen van huis. Later kwamen ze zelf met de auto.”

Bij de Vroomshoopse coöperatie ging het eerst om granen als rogge en haver en later tarwe en gerst, maar vooral toch om fabrieksaardappelen. Elsinga: "Ik had alleen te maken met aankoop pootgoed en niet met het afzetten.” De boeren hadden aandelen in de fabrieken van Avebe. Met de grote verscheidenheid aan producten waren de boeren minder kwetsbaar.

Het dorsen van het graan gebeurde met een dorsmachine, die van boer tot boer werd verplaatst door een paard. Deze dorsmachine werd door een aantal boeren in verenigingsverband gekocht. Mulder was beheerder. Hij regelde alles en zorgde voor het personeel. Later kwam de combine. De eerste in Vroomshoop werd gekocht door Wolthuis en Pool. Het oogsten met de combine zorgde wel voor een probleem. Omdat het minder arbeidsintensief was, werd de ontvangst van graan vervroegd naar de zomer. Een opslag had de coöperatie niet voor handen. Dus moest er een loods gebouwd worden. De granen kwamen ook niet meer aan in zakken, maar in grote kisten van een kuub. Dat betekende dat er een heftruck aangeschaft moest worden. Die kisten met granen kwamen zo ongeveer alle in één keer. Dus was er meer opslagruimte nodig. Dit graan moest tot het voorjaar bewaard worden. Daarom moest er een speciaal droogsysteem aangelegd worden. Een precieze temperatuur was vereist. Elsinga:  "Voor ons iets heel nieuw en innovatief.” Om goedkeuring te krijgen van de Nederlandse Algemene Keuring werden monsters verstuurd naar Zwolle. Er moest dus heel precies gewerkt worden. Geen onkruid en geen rogge tussen de tarwe. Uiteindelijk werden de granen verkocht aan het Centraal Bureau in Rotterdam, maar ook aan handelaren in Brabant en Drenthe.

Losse voergranen werden via schepen afgevoerd naar de veevoederfabrieken.

Elsinga kan zich nog de vele prijsschommelingen van het graan herinneren. ”Je moest het beste moment uitkiezen om te verkopen. Dat was sport, spanning en mooi.” Op de graanbeurzen in Groningen en Rotterdam hoorde Elsinga wat het graan waard was. "Ik heb veel zaaigraan verhandeld. ‘k Zat er ook wel ’s naast, maar dat heb ik altijd aan de boeren verteld. Ze waren er groot in om te accepteren dat het eens wat minder waard was. Het waren mooie jaren.”

Eind jaren 70 werd gestopt met de granen. Er kwam een bijzonder product voor in de plaats: paardenbonen oftewel tuinbonen. In Rusland bleek een grote vraag hiernaar. Via het Centraal Bureau in Rotterdam werden de bonen vervoerd en werd bemiddeld.

De oogst van de bonen was niet in de zomermaand augustus, maar in de herfstmaand november. "Soms vlogen de sneeuwvlokken je om de oren tijdens de campagne. Dat was niet plezierig.” Het was wel een groot succes en erg lucratief voor Vroomshoop. Totdat het in Rusland minder ging en de politiek daar veranderde.

Een andere belangrijke tak binnen de Coöperatie was de levering van kunstmest. Deze werd eerst in zakken aangeleverd door groothandelaren in Almelo en Zwolle, maar ook zelf met de vrachtwagen afgehaald. De kunstmest werd opgeslagen en bij de boer gebracht of door hem zelf opgehaald. Om te besparen op de kosten werd een loods gebouwd voor losse kunstmest. Deze kunstmest werd uit de boten gehaald, in zakken gedaan en direct opgeslagen. Voor deze wijze van lossing werd een zogenaamde loswal bij het kanaal gemaakt. De coöperatie kocht een kraantje voor het lossen.

Ons Belang beperkte zich kort tot het maken van veevoer. Reden was dat de samenstellingen heel precies moesten zijn. Daarvoor waren nieuwe installaties nodig. Elsinga: "Investeren zat er niet meer in.” Elsinga was toen al sceptisch over het gebruik van antibiotica in het veevoer. "We gaan helemaal de verkeerde kant op. De dieren worden uiteindelijk immuun. Het vlees wordt door mensen gekocht en gegeten … Maar ja, ik was ouderwets.”

Elsinga betreurt niet dat Coöperatie Ons Belang moest fuseren. "Achteraf is het wel goed geweest. Ons bedrijf was toch te klein. Het kon ook eigenlijk niet anders.” Er kwam een fusie met de coöperaties uit Almelo, Hellendoorn, Mariënberg, Vriezenveen en Vroomshoop. Rond 1977/1978 ontstond de Verenigde Twentse Landbouworganisatie, afgekort als VTL.

Elsinga kreeg het beheer van de locaties Mariënberg en Hellendoorn erbij. "Je moest voortaan alles overleggen. Dat lag me helemaal niet.” Gelukkig ging het later door deze fusie de boeren wel beter af.

Toen Elsinga in 1981 pensioen kreeg op 65-jarige leeftijd, stopte hij met zijn werk als directeur. Een zee van tijd brak aan. Muziek was zijn passie. Hij zong bij de cantorij. Hij nam orgel- en zangles en beleefde als dirigent van het seniorenkoor veel plezier. Tot zijn 92ste bespeelde hij het kerkorgel. Van het fraaie orgel in de woonkamer aan de Wingerd moest hij afscheid nemen. Met de verhuizing kort na zijn 94e verjaardag eind juli naar ’t Liefferdinck in Den Ham was daar geen ruimte meer voor. 



Dit artikel is ook te lezen in het kwartaalblad 't Middendorpshuis, uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop, 2010/3.

Naschrift: In januari 2011 overleed Douwe Elsinga op 94-jarige leeftijd.