De Groene Jager

H. Konijnenberg

‘De Groene Jager’ herinnert aan een middeleeuws liefdesdrama.
Zij vonden elkaar in een kerker! 

Bij ‘De Groene Jager’ - brug in de weg van Ommen naar Den Ham ligt de grens tussen die twee gemeenten. Op een steenworp afstand daarvan staat het vroegere tolhuis ‘De Groene Jager’ dat al voorkomt op kaarten die eeuwen geleden werden gemaakt en dat thans woonhuis is behorend bij het gelijknamige Hammer zwembad, dat een kleine 20 jaar geleden zoveel stof deed opwaaien in Den Ham. Het duidt er op, dat ‘De Groene Jager’ voor deze plek van het Sallandse Den Ham wel iets moet hebben betekend en dat thans nog doet. Ik stuitte in 1972 - min of meer toevallig - op enkele aantekeningen van een goede bekende. Of de verklaring, die daarin wordt gegeven nu waarheid of verdichtsel is, doet weinig terzake. Het één noch het ander zal vermoedelijk kunnen worden bewezen. 
't Is vanwege de curiositeit, dat ik het verhaal met eigen woorden vertel. 

Daartoe neem ik u zo'n 600 jaar mee terug, n.l. naar de winter van 1378/1379. In die koude winter zien wij de Stichtse bisschop Floris van Wevelinckhoven op weg van Deventer naar Oldenzaal om daar op een gewestelijke rechtszitting (klaringe noemde men dat toen) o.a. het geschil te beslechten tussen de heren van Eerde en van Rhaan. Zijn lijfwacht werd aangevoerd door hopman Joncker Arent van den Grimberg, afkomstig van de gelijknamige havezathe gelegen aan de overzijde van Rijssen, aan de Regge. Na de kerstening van wat nu Overijssel heet, door mannen als Lebuinus (Deventer), Marcellus en de beide Ewalden (in Markelo, Laren en Lochem) en Plechelmus (in Oldenzaal), werd Overijssel in godsdienstig en wereldlijk opzicht, deel van het Sticht of Utrecht. Hoogstwaarschijnlijk overnachtte de bisschop op zijn reis in het versterkte slot De Beverfeurde, ook wel de Bisschopsstal genoemd, toen aan de rand van Rijssen, nu in het centrum gelegen. 

De moeilijkheden tussen de heren van Eerde en van Rhaan waren ontstaan door toedoen van heer Evert van Essen van Eerde. Deze had zijn oog laten vallen op Gisela ten Damme (een havezathe bij Hellendoorn), een wees wier vader en moeder waren overleden tijdens de ‘zwarte ziekte’, zoals in de volksmond de pest werd genoemd. In 1377 had o.a. in Hellendoorn en in Rijssen die ziekte gewoed. Voogd over Gisela was heer Frederick van Heeckeren van den Eze thoe Almeloe, waarbij Evert van Essen dus terecht was gekomen om aanzoek te doen. Dat aanzoek werd afgewezen, hetgeen niet zo verwonderlijk was, alleen al omdat Evert al in de zestig was en Gisela nauwelijks twintig. Maar bovendien was, Gisela reeds verloofd met Joncker Arent, die zij al kende van vóór 1377 en die (als naoberdienst?) Gerrit ten Damme en zijn vrouw, Gisela's ouders, in 1377 tijdens de pest had verpleegd in hun huis. Joncker Arent, die oorspronkelijk voor 't geestelijk ambt bestemd was geweest, had al toestemming tot huwelijk gekregen van Gisela's voogd evenals van de bisschop van Utrecht. En zelfs de datum voor het huwelijk was al vastgesteld, toen heer Evert van Essen van Eerde aanzoek deed, na kennis met Gisela te hebben gemaakt op een klaringe te Nieuwe Brugge (onder Ommen), waar zij was met haar oom-voogd. 
Hoewel heer Evert wist van Gisela's verloving met Joncker Arent zweert hij bij een drinkgelag op huize Eerde tegenover zijn mede drinkebroers binnen een jaar Gisela als zijn bruid Eerde binnen te voeren of anders het hele Oversticht in vuur en vlam te zetten. Om zijn woorden kracht bij te zetten heeft hij het huis Rhaan al plat gebrand en menig dorper en heidebewoner al over de kling gejaagd, feiten die de heren van Almelo, Den Grimberg, De Oosterhof enz. partij hadden doen kiezen tegen Evert. Na zijn overnachting op De Beverfeurde, gaat de bisschop de volgende dag, alleen vergezeld van z'n hopman te paard naar het huis Den Grimberg. Op de ganse reis is hij gekleed als ridder en hij komt zonder het gebruikelijke ceremonieel, daar hij ook de dorpers en gewone lieden wil polsen omtrent de troebelen in deze streken. Bij het huis Den Grimberg ontmoeten zij de heidin Jolande; de bisschop had haar al eerder ontmoet bij zijn tocht, enkele jaren daarvoor, naar Goor, toen zij hem grote diensten bewees. Zij waarschuwt de bisschop en Joncker Arent voor het gevaar, dat hen bedreigt. Zij vertelt n.l. dat heer Evert de bisschop een gelijke ontvangst wilbereiden als hem twee jaar geleden in Goor ten deel viel toen hij gevangen werd genomen. Jolande waarschuwt, dat de heidenen (die in Goor de bisschop nog hielpen), nu tegen hem zijn, omdat twee hunner op last van de bisschop zijn opgehangen. Nu helpen zij heer Evert. Op Den Grimberg vernemen zij dat Gisela graag naar haar oom in Almelo wil gaan, maar dat heer Evert de hinderpaal is. De volgende dag wordt besloten een aantal ruiters ter verkenning uit te zenden om te zien of heer Evert al maatregelen getroffen heeft in verband met zijn eerder reeds getoonde vijandige stemming ten opzichte van de bisschop. Aan 't hoofd van 16 ruiters gaat Joncker Arent op verkenning uit via Notter, Hellendoorn en Den Damme. Op hun verdere tocht richting Eerde worden zij echter opgemerkt door een heiden, die dwars door de bossen van Eerde heer Evert bericht over de verkennersgroep. Evert legt onmiddellijk met 50 ruiters een hinderlaag, die de verkennersgroep noodlottig wordt. Joncker Arent heeft een groene vederbos op zijn helm en daarom wordt de plek van de hinderlaag later genoemd ‘De Groene Jaqer’. Alleen Arent wordt gespaard en gevangen gezet in één van de onderaardse kerkers van de burcht Eerde. Alle anderen worden gedood of gevangen genomen en later opgehangen. 
Toen Arent niet terug kwam en bekend werd wat er bij De Groene Jager gebeurd was, riep de bisschop de steden Zwolle en Deventer en de omliggende kastelen en dorpen te hulp. Heer Evert had zijn kasteel echter zodanig versterkt, dat de overmachtige bisschop hem nog twee maanden moest belegeren. Evert kan het niet bolwerken maar weet in stilte te ontvluchten naar Hardenberg en zo naar 't buitenland. Hij vergeet echter niet Joncker Arent als gevangene mee te nemen. Eerde werd door de bisschop in brand gestoken, welke brand een maand duurde. Terzelfder tijd werd ook het kasteel Azoelen in Den Ham verwoest, zo grondig zelfs, dat de juiste plaats daarvan nu niet meer aan te geven is. Heer Evert verwierf in 't buitenland nieuwe benden, die op vrije plundering bij hem dienden. Hij maakte strooptochten in het Overijsselse, vooral onder Hardenberg en Gramsbergen en noodzaakte daardoor de bisschop met hem te onderhandelen. Evert werd vergund Eerde te herbouwen. Rhaan zou worden herbouwd door Frederick van Almelo. Evert zwoer dat Arent bij De Groene Jager was gedood en doet opnieuw aanzoek naar de hand van Gisela, waarbij hij zich erg vroom voordoet. Frederick van Almelo gelooft Evert op zijn woord, meent dat deze door zijn rampspoed veranderd is en stemt toe in het huwelijk. Beiden hebben buiten de waard, n.l. Gisela, gerekend. Eerst verlangt zij een bewijs van diens toestemming van haar voogd; deze zendt haar de naald en de vingerhoed, die gebruikt waren door haar moeder bij het maken van de bruigomssjerp van haar vader. Gisela geeft zich nog niet gewonnen. Zij verlangt daarna ook de toestemming van de bisschop in de hoop op diens weigering. Deze gevoelde zich echter door Arents dood bevrijd van zijn belofte, vreesde heer Evert en gaf zijn fiat. Gisela werd dus noodgedwongen de gade van heer Evert, maar zij zwoer in 't bijzijn van velen: Ik geef hem alleen maar mijn hand en ook niet meer dan alleen die! En als haar man haar naderde dan zwoer zij vergif te zullen innemen. Op één van haar wandelingen ontmoet zij Jolande, de heidin, die haar vertelt, dat Arent nog leeft. Zij raadt Gisela aan haar man niet langer af te wijzen. Gisela weigert. Jolande roept dan zo luid, dat ook de lijfwachten van Gisela het kunnen horen: Als ik bij u was, zou ik de kloof tussen u en uw man kunnen dempen! De knechten brengen dit natuurlijk over aan heer Evert, die Jolande bij zich laat brengen. Zij weet het zo aan te leggen, dat zij dagelijks enige uren bij de jonge burchtvrouwe wordt toegelaten om haar te bewegen tot meer toenadering tot haar echtgenoot. Dat schijnt te gelukken, want af en toe laat Gisela zich enige hoffelijkheid van haar echtgenoot welgevallen. Gisela en Jolande smeden plannen om Arent te bevrijden en dan samen te vluchten. Een lansknecht, die de nukken van heer Evert beu is, is de vrouwen behulpzaam. 's Nachts wordt er gewerkt en de opening in Arents kerker wordt bij dag verborgen. Op een nacht echter wordt er te veel lawaai gemaakt. Heer Evert ontwaakt en ontdekt alles en laat Gisela en Jolande bij Arent in de kerker smijten. Alleen de lansknecht weet te ontkomen. Evert verspreidt het bericht, dat Gisela op één van haar wandelingen door de weerwolf is weggesleept.   

In het volksgeloof hebben twee verhalen nog lang daarna de ronde gedaan. 

Volgens het ene ziet men 's nachts tussen 12 en 1 uur in de Eerder bossen een vrouw in wit nachtgewaad. Zij vlucht naar De Groene Jager, waar zij wordt opgewacht door een ridder met een groene veer op zijn helm. Zij begeven zich in de richting van het kasteel, waar zij dan plotseling verdwijnen. Volgens het andere vond heer Frederick van Almelo, die zich uit Gisela's nalatenschap gelden had toegeëigend om Rhaan te kunnen herbouwen, maar daaraan niets deed, op zekere morgen voor zijn burcht de vingerhoed terug, eens als bewijs van zijn toestemming aan Gisela gezonden. Het volksgeloof zegt, dat Satan hem die toegezonden heeft en hem veroordeelde om met die vingerhoed de kolk leeg te scheppen onder de brug van zijn kasteel. Omwoners zien de oude heer aan de zijde van de brugzitten. Met de vingerhoed vult hij een klein emmertje, dat telkens als hij het leeg wil gieten wordt omgestoten, waardoor 't water in de gracht terugvloeit. Men zegt, dat men getracht heeft de kolk te dempen maar dat het zand er overdag ingestort, er 's nachts weer uit is. 

Het geslacht Van Pallandt kocht in het begin van de 18e eeuw het kasteel Eerde. Het aanwezige gebouw werd toen tot de grond toe afgebroken. Ook de onderaardse gewelven werden gesloopt. In het laatste gewelf vond men drie geraamten. Twee ervan lagen zo dicht bij elkaar, dat het leek alsof ze, elkaar omarmend, gestorven waren. Het derde lag er een eind van af. Arent, Gisela en Jolande? 

Bron: H. Konijnenberg, Ontsloten verleden, Den Ham, 1979 



Siem van Eeten vertelt hier het verhaal van Gisela en Joncker Arent.  





Een oud volksverhaal dat stamt uit de middeleeuwen is door kunstenaar Kees Huigen uit Den Ham vereeuwigd in een reus. Een 5 meter hoge en verrijdbare reus genaamd Joncker Arent, alias de Groene Jager, verspreidt het verhaal in Overijssel en daarbuiten. Een verhaal dat gaat over macht, verraad en onbereikbare liefde. Deze reus werd 15 augustus 2012 onthuld tijdens één van de Hammer Brinkdagen.





Een legende  

Het is het wolfsuur. Natte druppels vallen van hoge takken koud in je nek. 
Je vraagt je af wat iemand buiten doet. Om je heen is alles grauw. In de verste verte valt geen koffiehuis te bekennen waar je je neus, handen en maag kunt opwarmen aan een hete mok slobber. In onzichtbaar makende nevels klinken geluiden, een vrouw snelt voort in een nachtgewaad. Plotseling blijft ze staan en kijkt rond alsof ze iets zoekt. Dan verschijnt er voor haar een man met een groene veer op de helm. Samen verdwijnen ze in de nacht.Je vraagt je af waarom die twee elkaar ontmoet hebben. We zullen er nooit precies achter komen. We proberen, zoals bij het verklaren van namen, aan de hand van verhalen iets van de echte geschiedenis te ontdekken. Dit verhaal is dus gedeeltelijk verzonnen, maar bevat ook delen van de werkelijke toedracht. Daarom spreken we van een legende. 

Het verhaal van De Groene Jager moet tijdens de jaren 1378 en 1379 gebeurd zijn. Het vond plaats aan het eind van de Middeleeuwen (500-1500 na Chr.), ook wel de Riddertijd genoemd. 
In het Eerder bos stond een kasteel, dat inmiddels verwoest is. Het kasteel was eigendom van Evert van Essen, een ridder die niet zo goed bekend stond. Zijn kasteel werd dan ook een ‘roofriddersnest’ genoemd, waarin hij zich terugtrok, nadat hij met zijn vrienden de omgeving geplunderd had. 

De oude Evert van Essen had in een café te Nieuwebrug een meisje ontmoet, dat Gisela heette. Hij wilde willens en wetens met Gisela trouwen, maar Gisela wilde deze afschuwelijke man niet. Evert vroeg Gisela’s oom uit Almelo, die haar voogd was, om toestemming. Haar oom weigerde en Evert kon hem ook niet omkopen. Gisela was al verloofd met Arent, een lijfwacht van de bisschop van Utrecht. Evert werd toen heel kwaad en waarschuwde Gisela’s oom, wanneer als hij niet binnen een jaar met Gisela getrouwd was, hij de hele buurt in brand zou steken. Gisela’s oom weigerde toe te geven aan dit dreigement. Evert van Essen werd zo boos over de weigering dat hij, om zijn woorden kracht bij te zetten, de volgende dat het kasteel te Rhaan in brand stak. 
Evert maakte het Gisela erg moeilijk. Ze kon haar huis nauwelijks meer verlaten. Overal lagen zijn spionnen op de loer om haar gevangen te nemen. Toen Gisela op een dag besloot om haar oom in Almelo te bezoeken ging Arent met 16 ruiters op pad om de weg naar Almelo te verkennen. De reis verliep vlekkeloos totdat ze opeens voor de helpers van Evert van Essen stonden. Arent en zijn mannen werden naar het kasteel gebracht en gevangen gezet. Nog dezelfde dag werden alle ruiters gedood, behalve de man met zijn groene verendos. Arent werd als gijzelaar gevangen gezet. Toen de bisschop van Utrecht van de gruweldaden van Evert hoorde, stelde hij een groot leger samen. Het leger moest een eind maken aan het wangedrag van de roofridder. Om de kasteelheer uit zijn roversnest te krijgen had de bisschop een werptuig meegenomen, dat 650 kilo stenen naar het kasteel kon slingeren. Wat gebeurde er? Het kasteel was zo sterk dat de stenen als kaatseballen in het leger terugsprongen. Vijf weken hield Evert de belegering vol. Toen raakte het voedsel in het kasteel op. Op een nacht vluchtte hij en nam zijn gijzelaar Arent mee. De volgende dag ontdekte het leger van de bisschop dat de vogel gevlogen was. De enige manier om deze man de terugkomst te beletten was het platbranden van het kasteel. Het duurde dagen voor het kasteel in elkaar zakte. 
Evert gaf de moed niet op. Met zijn vrienden beroofde hij de omgeving van Hardenberg en Gramsbergen. Evert zou met plunderen pas ophouden als zijn burcht herbouwd zou worden. Uiteindelijk vond de bisschop het verstandiger om aan dit verzoek tegemoet te komen. In ruil daarvoor wilde de bisschop zijn lijfwacht terug. Evert maakte de bisschop wijs dat Arent en zijn vrienden gedood waren. Daarop verzocht Evert de bisschop en de oom te mogen trouwen met Gisela. Gisela had geen andere keus meer. Ze zwoer echter dat als de oude man haar te dicht zou naderen, ze vergif in zou nemen. De roofridder bedacht list om haar zover te krijgen, dat ze aardig voor hem werd. Hij had een vrouw omgekocht om haar te bepraten. Deze vrouw, Jolanda, vertelde Gisela dat Arent helemaal niet vermoord was. Als ze Arent zou willen zien, moest ze eerst vriendelijker zijn voor de oude man Van Essen. Ze deed haar best. Jolanda en Gisela ontmoetten elkaar regelmatig. Zo ging ze dikwijls onder begeleiding van Jolanda naar de kerker van het kasteel, waar Arent aan kettingen lag vastgebonden. 
Langzamerhand werden Jolanda en Gisela vriendinnen en samen bedachten ze een plan om Arent uit de kerker te bevrijden. Daarvoor hadden ze de hulp van een bewaker nodig. De bewaker was hen behulpzaam, maar op de een of andere manier werd hun plan verraden. Evert van Essen betrapte de beide dames en smeet Gisela en Jolanda bij Arent in de kerker. Als andere vroegen waar zijn jonge vrouw was, dan vertelde hij hen, dat ze door een weerwolf opgegeten was. In 1382 stierf Evert van Essen.  

In de 18e eeuw werd het herbouwde kasteel van Evert van Essen gesloopt. Men vond onder het kasteel onderaardse gewelven. In het laatste gewelf vond men drie geraamten. Een geraamte lag apart. De andere twee lagen omarmd bij elkaar, zodat men het vermoeden kreeg dat het hier om Arent en Gisela ging.  



In 2012 herschreef Anouk Mannessen met succes het verhaal van Gisela en Joncker Arent. 
Dit verhaal is daarom opgenomen in het boek ‘De geest van Overijssel', een spannende verhalentocht.