De Eierhal

Toen in 2010 het bronzen beeld ‘Liggend naakt’ van Charlotte van Pallandt werd geplaatst op de Eierhal, keken veel Hammenaren mij vreemd aan. Eierhal? Ik kon wel de plek aan de Brinkstraat aanwijzen, maar veel verder kwam ik niet. Daarom ging ik voor een stukje geschiedenis over de Eierhal, de eierhandel en de markt op de Brink te rade bij Eef Roelofs, Jopie Bossink-Koes, Bertus Westera en Wim Lindenhovius (archivaris gemeente Twenterand) en maakte het volgende chronologische overzicht.

Op 2 december 1930 besloot de Hammer gemeenteraad tot het instellen van een donderdagse eiermarkt. Kapper Jan van Loo had zich hiervoor sterk gemaakt. Op donderdag 8 januari 1931 werd voor het eerst een eiermarkt in Den Ham werd gehouden. Deze markt slaagde gelijk al uitstekend. De eieren werden vooral rondom de Brink verkocht. Het bestuur van de eiermarkt was tevreden over het eerste resultaat.

                       






Enkele weken later in maart knipte burgemeester J.J. Beukenkamp het lintje door voor de eerste donderdagse markt op en rond de Brink. Bij zijn toespraak had Beukenkamp een talrijk en aandachtig gehoor. Het was deze eerste keer zo druk dat je er over de hoofden kon lopen. Langs de Brinkstraat, voor de kerk en het gemeentehuis was een rij kramen. De weg bleef vrij. Getuige de vele kleedwagens was er op de Brink veel handel. In de kramen werden lappen stof, groente en gereedschap verkocht. Ook werd er vee verhandeld.

De eiermarkt werd een dusdanig succes dat de gemeente Den Ham nadacht over een overkapte markt. Tussen waar vroeger het postkantoor van Adam Lindenhovius (nu: Olthof) was gevestigd en de woning van Willem Flim (nu: pastorie ds. Van Slooten) werd aan de Brinkstraat 2 door aannemer J. Poel een eierhal gebouwd. Op donderdag 20 augustus 1931 was het zover. Onder grote belangstelling werd de Eierhal officieel geopend in aanwezigheid van burgemeester Beukenkamp.


 

                               

De markt maakte aanvankelijk een flinke groei door. In 1932 werd ruim 2 miljoen eieren verhandeld, maar door het in zwang komen van het systeem ven eierverzamelaars liep de aanvoer enkele jaren later al sterk terug. "Op de Eierhal viel altijd wat te beleven”, vertelt Roelofs mij. Zeker voor de Hammer (hang-) jeugd. Kinderen speelden er veel. Behalve dus op donderdagmorgen. Dan was het een komen en gaan van Hammer boeren, die hun eieren voor de verkoop aanboden. De eieren werden vervoerd in manden. De eieren leverden voor de Tweede Wereldoorlog zo’n ½ cent per stuk op.

Onder een stalen constructie met spanten stonden vele betonnen poeren. Tussen deze poeren was een ijzeren frame waarop losliggende planken gelegd werden. Hierop konden dan de vele manden met eieren voor de verkoop worden aangeboden en worden overgepakt in de houten kisten. Vaak werden de eieren opgekocht door koopman Bruins uit Hardeberg en eierhandel Elferink uit Almelo.

Achterin de hoek van de Eierhal kwam in 1935 een vierkantig houten gebouw van zo’n 30 m2. Dit gebouwtje werd, vanwege ruimtegebrek in het tegenover gelegen gemeentehuis, gebruikt als ‘kantoor der werkverschaffing’ van de afd. Sociale Zaken. A. Kip was er in de dertiger jaren hoofd Sociale Zaken. In de crisisjaren (1929-1940) kwamen drommen werklozen lopend of op de fiets vanuit Den Ham en Vroomshoop om hier een stempel te halen. De regering had besloten de werklozen een financiële ondersteuning te geven. Ze kregen een bedrag dat net voldoende was om de huur en een eenvoudige maaltijd te betalen. Om te voorkomen dat de werklozen naast de steun een zwart baantje erbij zouden nemen moesten ze één of twee keer per dag een stempel halen in een stempellokaal.


De Brink met in het midden de Eierhal, omstreeks 1935.

In augustus 1939 vindt de chef van de afd. Sociale Zaken dat het gebouw een verfbeurt verdient. Ook moet de kachel vervangen worden, net als de twee stoelen en de twee chinamatten op de vloer. ("Wellicht zouden de vrijgekomen kokosmatten van de secretaris kunnen worden omgewerkt en geschikt zijn voor het kantoor.”) Schilder Hemmink klaart de verfklus (binnen, buiten en het ijzeren hekwerk marktplein) voor 188 gulden.

In de oorlog was er geen handel meer in eieren en ook na de oorlog is de markt niet weer opgestart.


Links de ingang naar de Eierhal, omstreeks 1955.

In mei 1960 wordt een schetsje gepresenteerd om het kantoor van de Eierhal te verbouwen tot bibliotheek. Kosten 3500 gulden. De gemeente Den Ham gaat in principe akkoord tot verhuur voor een jaarlijkse huurprijs van 150 gulden, nadat de Eierhal hiervoor geschikt is gemaakt.

In januari 1961 vraagt Gebr. Soepenberg (‘landbouwprodukten’) of men het kantoortje kan huren. Dit wordt door de gemeente afgewezen vanwege ‘te verwachten grote verkeersmoeilijkheden in de Brinkstraat’.

De aanvankelijke verbouw tot bibliotheek gaat toch niet door. In september 1961 komt de Centrale Plattelandsbibliotheek met een ontwerp voor een geheel nieuwe bibliotheek op de locatie Eierhal. Totale kosten: 32.200 gulden.

De gemeente voert vanaf oktober 1961 gesprekken met de kerkvoogdij van de Nederlands Hervormde kerk. De kerkvoogdij wil de Eierhal niet voor afbraak overnemen, omdat de kerkvoogdij geen geschikt terrein heeft voor herplaatsing. Wel wil men de grond kopen, waardoor de hal kan blijven staan. De onderhandelingen pakken uiteindelijk negatief uit. Daarom wordt als nieuwe locatie voor de nieuw te bouwen bibliotheek de plek gekozen naast het gymlokaal aan de Slingerweg.In maart 1962 vraagt secr. D.A. Koebrugge namens de Padvindersgroep ‘De Groene Jager’ om te kunnen beschikken over het kantoor in de Eierhal. De padvinders maken tot dan gebruik van het handenarbeidlokaal in de Hervormde school. Voor het symbolische bedrag van 10 gulden per jaar mogen de padvinders hun intrek nemen. Wel moet nog o.a. de elektrische installatie worden hersteld.Muziekvereniging ‘Juliana’ gebruikt de Eierhal als showruimte voor een Zomerfeest op 28 en 29 augustus 1964.

Eind 1964 verzoeken de padvinders de Eierhal wat uit te breiden vanwege een gift van duizend gulden van het Anjerfonds.In 1967 willen de padvinders de huurovereenkomst beëindigen vanwege opheffing van de padvindersgroep.

Eind 1967 wil de gemeente het kantoor van de Eierhal gereed maken voor de afd. Sociale Zaken als werkplek voor 2 à 3 man. Ook de afd. Financiën wil er een werkplek. Kosten 3600 gulden.Als in 1970 het nieuwe gemeentehuis aan de Brinkstraat in gebruik is genomen, zijn de werkplekken op de Eierhal niet meer nodig. Eind 1970 concludeert de gemeente dat de voormalige Eierhal ‘langzamerhand in een bouwvallige staat’ is geraakt. Om te komen tot verfraaiing van de omgeving Brinkstraat acht men het gewenst dat tot afbraak wordt overgegaan. Kosten duizend gulden (incl. herinrichting). De sloop wordt in 1971 voor 300 gulden gegund aan dhr. G. Veneberg uit Ommen.

Roelofs kijkt nu nog met enige weemoed terug op dit mooie plekje en de markt van toen. "Jammer, dat dit allemaal verdwenen is.” Deze woorden werden al in 1986 ten volle bevestigd door Hammer dichter Henk Pool in het gedicht:

 

Markt

Wat is d’r völle veraanderd                                     Iej mut temee ’s biej oons kieken,

biej, zeg mar, vieftig joar ‘eleên.                             wiej hebt noe goaren, iezerstark!

Mangs dèènk ik wal ’s an dee dinge                       Wiej hebt ôk wier goedkope lappies,

dee’j in oons dorp neet meer kunt zeen.                 en better nog dan op de markt!’



De vrouwleu met heer knippiesmusse                     En meestal leuten dan de wieve

en witgeschoerde klumpies an,                               de koopman met zien lappies stoan,

gungen op donderdag noar ’n Ham hen               um effen later, wat sliepstattend,

en brachen d’ eier an de man.                                noar een dörpswinkel hen te goan.



Noas ‘t postkantoor, noe drukkerieje,                      Det zol oons noe neet meer passeren,

doar was die tied de eierhal.                                    wiej goat noe oonze eigen gang

De markt op ’n Brink was dree, veer kroampies       en oonze middenstaanders zint noe

en een paar beeste, det was al!                               veur de concurrentie neet zo bang!



Mar ’t was dan druk en ’t was plezeerig,                  Doarumme is het gloepens jammer,

iej zaggen zo mekaar nog ‘s.                                    dat in Den Ham gin markt meer is.

Iej heurden dan ôk wier de niejgies,                          Zo’n mooie Brink, mar nooit gin markt meer,

gin enkel niejs gunk oe meer mis!                              miej dunkt: det is toch een gemis!



De wieve zöchen biej de lappies                              De leu goat noe noar aand’re plaatsen,

noar een mooi lappie schölkenbont,                       de zakenleu vindt det neet fijn.

of noar een niejmoods ‘schoef-dale’,                      Gemeenteroad, geef oons een markt wier,

mar gungen dan hoast deur de grond …                too, astebleef, al is ’t mar klein!



Want vake klunk d’r dan een stemme:                    

‘Zo Jannoa, waa’j ôk op de markt?

Kom iej temee nog koffiedrinken?

Hoe is ’t in ’t hoes, hoe geet ’t met ’t wark? 

Uit: As de blaâ valt, verzameld werk, H. Pool


Dit artikel is ook te lezen in kwartaalblad 't Middendorpshuis, een uitgave van de Oudheidkundige Vereniging Den Ham - Vroomshoop, 2011/1.

 

Op dit artikel berust copyright.

© Jan van der Kolk, 2011


Hammer Eiermark

In het oale Hammer darpien,
Woer nog wèvesteule zint,
Woer, wee weet, misschien nog eans ne
Oale vrouwe zit en spint....
In det oale Hammer darpien
Hef der eene uut edach,
Um ne eiermark te hoalen
Alle wekke op Donderdag
Op den brink met hooge beume
Kump ne koppel volk biejeen,
Kui-j de wit geklapte maenties
En de Hammer boeren zeen
Hammer darpien, 'k wèènsche oew 't beste,
'k Hoppe dat oew mark geet good,
Wat begun iej eenendàttig
Voort weer met frisschen mood!
Hammer hoonder, Barnevelders,
Legt noew eier, dikke en broen,
Hammer witten, oeleveerschen,
Dèènkt er an, hoalt oew fesoen!
Hoalt oew Hammer darp in eere,
Legt noew al waj hebt eleerd,
Dag op dag nen mooien dikken
Det het Hammer mark floreert! 
En den oalen Hammer toren
Kik zoo schook de karke langs;
'Wat is door toch veur ne drukte?'
Deghe biej zich zelven mangs,
Hammer toren, doot nen zègen
An oew volk en ziene stèè,
Det in tied van nood oew biejstun
En goo weure veur oew zèè.
Oewe steene zit weer stewig,
Oewe kappe is fonkelniej!
Oewe doeven zit weer dreuge
Heel oew anzeen maakt miej bliej.
Hammer toren, ak oew noader'
Is mien hàtte zoo tevrèèn.
'k Heete oew geerne 'Hammer Konink'
Det kui-j noew met recht weer wèèn.   

Johanna F. van Buren
Helderen, januari 1931

 


Bijlagen

Notulen van de eerste drie vergaderingen van de Marktvereniging

Bron: Historisch Archief De Krulsmid, Den Ham